Drie mensen zitten op een zaterdag in een kleine studio in Utrecht. De producer heeft een akkoordenschema en een drumpatroon klaar, de topliner zingt een melodie in op een half verzonnen tekst, en een gitarist speelt de hook die het nummer later draagt. Om zeven uur staat er een demo. Niemand heeft iets op papier gezet. Drie maanden later wil een label de song uitbrengen en vraagt het wie de schrijvers zijn en in welke verhouding. Dan blijkt dat ieder er een ander getal in zijn hoofd heeft.
Wanneer schrijvers samen het auteursrecht op een song hebben, en wat artikel 26 Auteurswet daaraan toevoegt
Maken twee of meer mensen samen één werk en zijn hun creatieve bijdragen daarin niet van elkaar te scheiden, dan hebben zij volgens de gangbare opvatting in literatuur en rechtspraak een gemeenschappelijk auteursrecht op dat werk. Bij een co-writingsessie waarin melodie, tekst en akkoorden over en weer worden bijgeschaafd, kan die situatie zich goed voordoen. Beslissend is hoe de song tot stand kwam, met creatieve keuzes van ieder van hen. Dat achteraf niemand meer weet welke regel van wie kwam, bewijst op zichzelf nog niet dat de bijdragen onscheidbaar zijn. De Auteurswet zelf regelt vooral de handhaving: bestaat er een gemeenschappelijk auteursrecht, dan kan ieder van de makers het handhaven, tenzij anders is overeengekomen (artikel 26 Auteurswet).
Anders ligt het wanneer de bijdragen wel te scheiden zijn, bijvoorbeeld een tekstdichter die een tekst schrijft op een al voltooide melodie. Dan heeft ieder in beginsel een eigen auteursrecht op zijn eigen deel. Voor de exploitatie van de song als geheel hebben de schrijvers elkaar daarna toch nodig, en bij Buma/Stemra wordt de song als één werk met een verdeling over componist en tekstdichter aangemeld. Of een bijdrage auteursrechtelijk meetelt, hangt af van de vraag of zij eigen creatieve keuzes bevat. Een technicus die alleen opneemt, wordt daarmee geen mede-auteur. Een producer die de akkoordenreeks en de baslijn bedenkt, kan mede-auteur zijn als die bijdrage voldoende oorspronkelijk is; een gangbare akkoordprogressie geeft op zichzelf geen auteursrecht.
Waarom de aandelen zonder afspraak in beginsel gelijk zijn (artikel 3:166 BW), en hoe Nashville-schrijvers dat gewoonlijk regelen
Is het auteursrecht gezamenlijk, dan vormen de schrijvers een gemeenschap in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Voor de verdeling geldt dan een eenvoudige hoofdregel: de aandelen van de deelgenoten zijn gelijk, tenzij uit hun rechtsverhouding anders voortvloeit (artikel 3:166 lid 2 BW). Bij drie mede-eigenaren zijn de aandelen dus in beginsel ieder een derde, ook als de topliner vindt dat haar melodie het hele nummer maakt, tenzij uit de verhouding tussen de schrijvers iets anders volgt. Zo'n andere verhouding kan ook blijken uit eerdere werkafspraken of uit hoe de schrijvers eerder samen songs hebben aangemeld.
Die uitkomst is in de muziekpraktijk minder vreemd dan zij lijkt. In veel schrijfkamers in Nashville geldt onder de songwriters die aan een sessie deelnemen het gebruik dat ieder een gelijk deel krijgt, ongeacht wie welke regel aandroeg. Dat voorkomt dat schrijvers na afloop gaan tellen. Het Nederlandse recht komt via artikel 3:166 BW als uitgangspunt bij dezelfde verdeling uit, alleen zonder dat iemand die keuze bewust heeft gemaakt. Wie een andere verhouding wil, bijvoorbeeld omdat de producer ook de complete instrumentale track leverde, legt die het best schriftelijk vast. Daar dient de splitsheet voor.
In de Verenigde Staten zijn mede-auteurs van een joint work mede-eigenaar van het auteursrecht (17 U.S.C. § 201(a)). In de Amerikaanse rechtspraak wordt aangenomen dat ieder van hen zelfstandig een niet-exclusieve licentie mag geven, met de plicht de opbrengst met de anderen te verrekenen. Wie met Amerikaanse co-writers werkt, moet er dus rekening mee houden dat de spelregels per land verschillen. Een splitsheet kan vastleggen wat de schrijvers onderling afspreken, maar neemt die verschillen tussen landen niet weg.
Wie beslist over een synclicentie of een overdracht als de schrijvers het oneens zijn (artikel 3:170 BW)
Voor de vraag wie mag beslissen, maakt het Burgerlijk Wetboek onderscheid naar het soort handeling (artikel 3:170 BW). Handelingen tot behoud van de song, zoals een spoedeisende stap tegen een inbreuk, kan ieder van de schrijvers alleen verrichten. Beheer gebeurt gezamenlijk, tenzij er een regeling is getroffen. Beschikken over het gezamenlijke recht, zoals een overdracht aan een uitgever of een exclusieve licentie, kan alleen door alle deelgenoten samen. Over een synclicentie voor een reclamespot heeft dus in de regel iedere schrijver iets te zeggen. Wij beschreven eerder hoe dezelfde regels uitpakken voor een bandnaam na een bandsplit.
Wel kan iedere schrijver over zijn eigen aandeel beschikken, tenzij uit de onderlinge verhouding anders voortvloeit (artikel 3:175 BW). Een topliner kan haar aandeel dus onderbrengen bij haar eigen uitgever, terwijl de producer het zijne bij een andere uitgever houdt. Zo ontstaan de songs met drie of vier uitgevers die in de popmuziek gewoon zijn. Hoe zo'n publishingcontract voor je songs eruitziet, behandelden we in september. Komen de schrijvers er over het beheer samen niet uit, dan kan ieder van hen de kantonrechter vragen een regeling te treffen (artikel 3:168 BW). Voor een song die volgende maand uit moet, is dat een trage route.
Wat er gebeurt als de aanmeldingen bij Buma/Stemra elkaar tegenspreken
Bij Buma/Stemra wordt een song aangemeld met de verdeling over alle rechthebbenden; de aandelen moeten samen op honderd procent uitkomen. Melden twee schrijvers voor dezelfde song een verdeling aan die niet klopt, dan ontstaat een conflict in de registratie. Het beleidsboek van Buma/Stemra beschrijft hoe met zulke dubbele of tegenstrijdige claims wordt omgegaan; in de praktijk betekent het dat uitkering voor het betwiste deel kan worden aangehouden tot de schrijvers het eens zijn of het geschil is beslecht. Het geld blijft daarbij gereserveerd en komt later binnen. Bij een song die net op de radio komt, kan dat voor de betrokken schrijvers maanden uitstel betekenen.
Wie een deel van zijn rechten zelf beheert, bijvoorbeeld na een opt-out bij Buma/Stemra, heeft een tweede reden voor een heldere splitsheet. Een licentienemer die direct bij de schrijvers aanklopt, wil weten met wie hij voor welk deel moet afspreken, en een getekende splitsheet is daarvoor het eenvoudigste bewijs.
Wat er op een splitsheet hoort: zes punten om na een sessie vast te leggen
- Werktitel en datum van de sessie, met de namen en het IPI-nummer of Buma/Stemra-lidmaatschap van iedere schrijver.
- De verdeling in procenten over alle schrijvers, en of die verdeling geldt voor muziek en tekst samen of per onderdeel.
- De uitgever van iedere schrijver, of de vermelding dat iemand nog geen uitgever heeft.
- Wie over een synclicentie of een bewerking beslist, en of één schrijver namens de anderen een niet-exclusieve licentie mag geven.
- Wat er gebeurt met de verdeling als het nummer later nog wordt herschreven, bijvoorbeeld met een extra couplet of een nieuwe tekstdichter.
- Het mastereigendom apart: wie de opname financiert en bezit, staat los van de verdeling van het auteursrecht op de song.
Een splitsheet hoeft geen lang contract te zijn. Eén pagina, getekend door alle schrijvers op de dag van de sessie, voorkomt de meeste geschillen. De verdeling is op dat moment vaak nog een kwestie van een kwartier praten. Als de song een jaar later geld oplevert, is hetzelfde gesprek een stuk lastiger.
Komt u net uit een schrijfsessie, of heeft u een publishingcontract voor een song met meerdere schrijvers voor u liggen, dan kunt u het stuk eerst door onze contractscan laten lopen. Wilt u zelf een eerste opzet maken voor de afspraken met uw uitgever, dan helpt de publishingcontract-generator u op weg.
Bronnen: Auteurswet, artikel 26 en Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikelen 3:166, 3:168, 3:170 en 3:175 (via wetten.overheid.nl, geraadpleegd op 1 oktober 2026); 17 U.S. Code § 201, Ownership of copyright (Legal Information Institute, Cornell Law School); Buma/Stemra, Beleidsboek incasso tot en met uitkeren (geraadpleegd op 5 oktober 2026).
