360-deal met een label: mag het voorschot voor uw album worden terugverdiend uit merchandise en optredens? Cross-collateralisatie en artikel 25f Auteurswet

Een artiest tekent bij een label, ontvangt een voorschot, neemt een album op en gaat op tournee. De shirts verkopen goed en de zalen zitten vol, maar op de afrekening wordt het merchandise-aandeel meteen weer afgeboekt op het openstaande voorschot. Dat komt door twee afspraken die in veel moderne platencontracten samen voorkomen: de 360-deal, waarin het label ook meedeelt in optredens, merchandise en sponsoring, en de cross-collateralisatie, waarmee inkomstenstromen op één rekening kunnen worden verrekend.

Hoe het voorschot uit merchandise terugkomt

Een voorschot is meestal verrekenbaar met latere royalty's maar hoeft niet te worden terugbetaald als de plaat flopt. De verrekeningsclausule bepaalt uit welke inkomsten het label terugverdient. Een rekenvoorbeeld: dertigduizend euro voorschot plus twintigduizend euro opnamekosten geeft een saldo van vijftigduizend. Na achttienduizend euro royalty's staat er nog tweeëndertigduizend open. Het merchandise-aandeel van de artiest van veertienduizend euro verdwijnt bij een ruime verrekeningsclausule in een actieve 360 in dat saldo; zonder verrekening met merchandise was het uitbetaald. Wat precies meetelt, hangt af van de afgesproken reikwijdte.

Wat artikel 25b tot en met 25h Auteurswet voor het opnamedeel regelt

Voor het opnamedeel van het contract geldt het auteurscontractenrecht van hoofdstuk 1a Auteurswet, via artikel 2b van de Wet op de naburige rechten ook voor uitvoerende kunstenaars. Dat geeft recht op een billijke vergoeding (artikel 25c), op informatie over de exploitatie (artikel 25ca) en op een aanvullende billijke vergoeding als de vergoeding, gelet op de wederzijdse prestaties, onevenredig is in verhouding tot de exploitatieopbrengst (artikel 25d). Artikel 25f lid 2 maakt onredelijk bezwarende bedingen vernietigbaar, en volgens artikel 25h geldt dit dwingend, ook bij een buitenlandse rechtskeuze als de exploitatie vooral in Nederland plaatsvindt. Een zuiver financieel aandeel van het label in gages en merchandise valt daar in beginsel niet onder, tenzij de 360 ook rechten op beschermd materiaal omvat of het beding samenhangt met het opnamedeel. Voor dat financiële deel doet de artiest het met de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 BW, de regels over algemene voorwaarden en misbruik van omstandigheden.

Het artikel sluit af met zeven clausules die u vóór ondertekening controleert: de reikwijdte van de verrekening, welke kosten verrekenbaar zijn, de grondslag van het 360-percentage, de tegenprestatie van het label, afrekening en auditrecht per inkomstenstroom, het einde van het 360-aandeel en wat er gebeurt bij faillissement of verkoop van de catalogus. Een 360-deal kan voor een beginnende artiest de moeite waard zijn, en de voorwaarden zijn onderhandelbaar zolang er nog niet getekend is.

Read More

Niet uitbrengen is ook een keuze, en die keuze heeft een houdbaarheidsdatum

Drie albums staan nog op alle streamingdiensten, maar er wordt al jaren niets meer mee gedaan: geen heruitgave, geen vinyl, geen sync die ergens wordt aangeboden, geen afrekening en geen antwoord op mails. Artikel 25e van de Auteurswet geeft de maker in dat geval een eigen uitweg. Sinds de Wet versterking auteurscontractenrecht op 1 januari 2026 in werking trad, heet die uitweg geen ontbinding meer maar opzegging, geheel of gedeeltelijk, en telt het beëindigen van de exclusiviteit uitdrukkelijk als een gedeeltelijke opzegging. De bepaling is dwingend recht, werkt via de Wet op de naburige rechten ook voor uitvoerende musici, en kan dus niet worden weggeschreven in het contract, hoe oud dat ook is.

Waarom niemand er een beroep op doet

Toen dit hoofdstuk in 2015 in werking trad, betekende niet-exploiteren dat een plaat uit de handel was. Sindsdien kost het onderhouden van beschikbaarheid vrijwel niets meer. Een catalogus die op alle diensten staat levert de rechthebbende het verweer op dat het repertoire gewoon verkrijgbaar is, en dat verweer verstopt de stilstand. Het merkenrecht kwam hetzelfde probleem eerder tegen en loste het op met een maatstaf voor normaal gebruik: gebruik telt alleen wanneer het werkelijk commercieel is en niet alleen dient om het recht in stand te houden. Die redenering geldt niet rechtstreeks in het auteurscontractenrecht, en de mechanica verschilt wezenlijk, want een merk kan door een willekeurige derde worden doorgehaald terwijl alleen de maker zelf zijn eigen contract kan openbreken. De gedachte is bruikbaar: passieve beschikbaarheid is op zichzelf wel een exploitatiehandeling, maar bewijst niet dat er in voldoende mate wordt geëxploiteerd, en dat laatste is de maatstaf.

Gedeeltelijk terughalen werkt beter dan alles

Juist het gedeeltelijke deel is in de praktijk bruikbaar. Streaming loopt door, terwijl het sublicentiëren voor sync in acht jaar niet één keer gebeurde, het fysieke recht stilligt ondanks vraag naar een heruitgave zoals bij een eigen persing, of voor een heel gebied nooit een distributiepartner is aangesteld. Waar de wederpartij het recht wil houden maar er niets mee doet, kan het beëindigen van de exclusiviteit al genoeg zijn. Per exploitatievorm is de bewijsopgave smaller en scherper dan bij de stelling dat er in het geheel niets gebeurt. Voor dat bewijs bestaat sinds 7 juni 2022 de transparantieplicht van artikel 25ca, die ook geldt voor overeenkomsten die daarvoor al liepen: de wederpartij moet ten minste eenmaal per jaar actuele, relevante en volledige informatie geven over de exploitatie en de opbrengsten. Een opgave die drie jaar op rij dezelfde nul toont voor sync, fysiek en licenties is een objectief aanknopingspunt dat zwaarder weegt dan een reconstructie achteraf, en een opgave die uitblijft is zelf een feit. De plicht kent wel grenzen: zij geldt niet bij een niet-significante bijdrage, behoudens artikel 25d, en kan worden beperkt bij een aantoonbaar onevenredige administratieve last.

Twee brieven bepalen de uitkomst

Opzeggen gaat in twee stappen. Eerst stelt de maker schriftelijk een redelijke termijn waarbinnen de wederpartij alsnog kan gaan exploiteren; die stap mag alleen achterwege blijven voor zover exploitatie blijvend onmogelijk is. Die brief benoemt welke werken het betreft, welke exploitatievormen stilliggen, sinds wanneer, en wat er wordt verlangd. Loopt de termijn af, dan volgt de opzegging zelf, die de wet vormvast heeft gemaakt als een schriftelijke verklaring van de maker aan de wederpartij; de wederpartij of de derde moet daarna binnen een gestelde redelijke termijn het auteursrecht terugleveren. Komt er niets, dan is de geschillencommissie auteurscontractenrecht een lichter forum dan de rechter, maar geen vanzelfsprekendheid: de exploitant moet zijn aangesloten of alsnog instemmen, en na mislukte bemiddeling kan de commissie pas beslissen als beide partijen dat willen. Bij gezamenlijk auteursrecht op een ondeelbaar werk is bovendien in beginsel de toestemming van de andere makers nodig. Bij oudere internationale contracten telt daarnaast dat een rechtskeuze voor buitenlands recht dit hoofdstuk niet zomaar opzijzet wanneer de exploitatie in hoofdzaak in Nederland plaatsvindt.

Read More

Een hit maakt het oude contract weer onderhandelbaar

Een instrumental die in 2019 voor duizend euro werd weggetekend, draagt in 2026 de openingsscène van een streamingserie en haalt in vier maanden meer streams dan de rest van de catalogus bij elkaar. De maker die zijn oude contract terugleest, ziet een vast bedrag en een volledige overdracht, en concludeert vaak dat het verhaal daar ophoudt. De Auteurswet trekt sinds 2015 een andere conclusie: artikel 25d, de bestsellerbepaling, geeft makers en via de Wet op de naburige rechten ook uitvoerende kunstenaars een vorderingsrecht op een aanvullende billijke vergoeding wanneer de afgesproken vergoeding onevenredig blijkt naast de werkelijke opbrengst van de exploitatie.

Van ernstige onevenredigheid naar onevenredigheid

Bij de implementatie van de DSM-richtlijn in 2021 is de drempel verlaagd: de eis van een "ernstige" onevenredigheid verdween uit de wettekst. Een buy-out die bij het tekenen redelijk was, kan door een synclicentie en een virale zomer alsnog scheef komen te staan. Dat de scheefgroei pas later ontstaat, sluit een beroep niet uit; bij catalogusoverdracht bepaalt het ontstaansmoment wel wie kan worden aangesproken. De ketenbepaling van het tweede lid laat de vordering bovendien meereizen met de rechten: wie zijn oude label de catalogus aan een fonds zag verkopen, kan de derde-verkrijger aanspreken voor zover de opbrengst daar terechtkomt en de scheefgroei ná die overdracht is ontstaan.

De jaaropgave als bewijsmotor

Sinds 7 juni 2022 hoort een maker die exploitatiebevoegdheid heeft verleend in beginsel ten minste jaarlijks een actuele, volledige opgave te krijgen van exploitatiewijzen, inkomsten en verschuldigde vergoeding; de wet kent begrensde uitzonderingen voor niet-significante bijdragen en onevenredige administratieve lasten. Die transparantieplicht van artikel 25ca maakt de rekensom pas mogelijk: eerst de cijfers, dan de vergelijking, dan de brief. Het artikel zet beide bepalingen naast de oudere logica van Buma/Stemra en Sena, waar uitkeringen in opzet met gemeten of gerapporteerd gebruik meebewegen, en naast de opzeggingsroutes van artikel 25e en het Golden Earring-arrest van de Hoge Raad. Een beslisschema met vijf vragen wijst de weg van vermoeden naar onderbouwde vordering, inclusief het juiste adres wanneer de catalogus inmiddels is doorverkocht.

Read More