Uw platformlicentie eindigt zodra u uw tracks verwijdert. Wat er dan gebeurt met stems, remixes en afgeleide bestanden staat er meestal niet bij

Veel voorwaarden van label-platforms en distributiediensten koppelen de duur van de licentie aan de aanwezigheid van uw muziek: de licentie eindigt automatisch op het moment dat u uw tracks verwijdert. Dat klinkt als een schone breuk. In de praktijk is het dat zelden, omdat er tegen die tijd meer bestaat dan de tracks zelf: stems die u hebt aangeleverd, remixes die het platform of een andere gebruiker heeft gemaakt, previews, mash-ups, en soms data of modellen die met uw materiaal zijn gemaakt. Over die afgeleide bestanden zwijgt de beëindigingsclausule meestal, en zwijgen is in het contractenrecht geen vrijbrief in uw voordeel.

Wat artikel 2 Auteurswet regelt, en waar het ophoudt

Artikel 2 Auteurswet bepaalt dat het auteursrecht kan worden overgedragen en dat de maker een licentie kan verlenen. Het derde lid stelt daarbij drie eisen met elk een eigen bereik: de overeenkomst tot overdracht of tot een exclusieve licentie wordt schriftelijk aangegaan; zo'n overdracht of exclusieve licentie door de maker zelf omvat alleen de uitdrukkelijk vermelde bevoegdheden en wat daaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit; en de levering bij een overdracht gebeurt bij akte. Een platform- of distributielicentie is doorgaans niet-exclusief. Artikel 2 lid 3 geeft voor een gewone niet-exclusieve licentie geen eigen regel van beperkte uitleg. Wat er dan wel geldt, is de uitleg van de overeenkomst zelf, samen met het dwingende auteurscontractenrecht en het gewone verbintenissenrecht.

Waar de afgeleide bestanden blijven en wat u daarover kunt afspreken

Het artikel loopt de vier soorten afgeleide bestanden langs die na een beëindiging blijven bestaan, en splitst de vierde soort verder uit in trainingskopieën, embeddings en akoestische profielen, modelparameters en aanbevelingsdata, omdat die vier juridisch niet hetzelfde zijn. Per soort staat welke vraag u moet stellen: wie is de maker, wie heeft de bestanden, welke licentie is erop gegeven, en wat zegt het contract over teruggave of vernietiging. Daarna volgt de clausule die het gat sluit: een beëindigingsbepaling die niet alleen de tracks maar ook de afgeleide bestanden noemt, met een termijn voor verwijdering en een bevestiging achteraf. Een goede beëindigingsclausule noemt de afgeleide bestanden bij naam. Het artikel behandelt daarnaast de sublicenties die het platform aan streamingdiensten en aan andere gebruikers kan hebben verleend en die met uw opzegging niet vanzelf eindigen. Voor wie al een platformcontract heeft getekend, laat het artikel zien welke drie zinnen u nu kunt nalezen, en waar de contractscan van MusicaJuridica die zinnen voor u opzoekt.

Read More

Als uw label failliet gaat: wat artikel 37 Faillissementswet en de arresten Nebula (2006) en Berzona (2014) betekenen voor uw masters

Als het label failliet gaat, stopt de exploitatie zelden meteen. De catalogus blijft bij de distributeur staan, de streams lopen door en pas bij de eerstvolgende afrekening blijkt dat er niets meer wordt uitbetaald. De artiest wil dan twee dingen weten: van wie is de opname, en mag hij de bestanden ophalen. Het probleem lijkt op dat van stilliggend repertoire, met een curator ertussen.

Artikel 37 lid 1 Faillissementswet: termijnstelling en het beperkte rechtsgevolg

Een platencontract is een wederkerige duurovereenkomst die op de dag van de faillietverklaring door beide partijen deels is nagekomen. Artikel 37 lid 1 Faillissementswet geeft de wederpartij daarvoor één instrument: een schriftelijke termijnstelling waarin de curator wordt gevraagd zich bereid te verklaren de overeenkomst gestand te doen. Blijft die verklaring uit, dan verliest de curator uitsluitend het recht om zelf nakoming te vorderen. De overeenkomst eindigt niet, de rechten vallen niet terug en er ontstaat geen aanspraak op afgifte van de mastersessies. Terugval moet uit het contract komen, uit een ontbinding op zelfstandige grond, of uit een afspraak met de curator.

Nebula (2006), Berzona (2014) en Credit Suisse/Jongepier (2018) als één lijn

In Nebula (HR 3 november 2006, NJ 2007/155) besliste de Hoge Raad dat een faillissement bestaande wederkerige overeenkomsten niet wijzigt, maar dat een schuldeiser zijn rechten daarna niet kan blijven uitoefenen alsof er geen faillissement was. De brede lezing daarvan is later teruggenomen. In Berzona (HR 11 juli 2014, NJ 2014/407) mag de curator betaling, afgifte of vestiging van een recht passief laten liggen, maar krijgt hij door het faillissement geen bevoegdheid die de wet of de overeenkomst hem niet geeft. In Credit Suisse/Jongepier (HR 23 maart 2018, NJ 2018/290) staat dat met zoveel woorden voor licenties: de curator mag een vóór het faillissement verleende licentie niet intrekken. Het artikel loopt die grens handeling voor handeling na en scheidt de royalty's in vier posities, van vóór het faillissement opgebouwde aanspraken tot nieuwe prestaties op verzoek van de curator.

Vier rechtslagen achter één opname

"De masters" dekt vier verschillende dingen. Het auteursrecht op compositie en tekst kent in artikel 2 lid 3 Auteurswet een akte-eis voor overdracht, exclusieve licentie en levering. Het naburig recht van de uitvoerend kunstenaar en het producentenrecht op het fonogram volgen artikel 9 Wet naburige rechten, dat schriftelijkheid eist en voor de levering opnieuw een akte. Wie producent van fonogrammen is, is bovendien een feitelijke vraag: artikel 1 sub d Wnr wijst degene aan die het fonogram voor de eerste maal vervaardigt of doet vervaardigen, wat een zelf producerende artiest tot rechthebbende kan maken. De vierde laag heeft geen artikelnummer: wie de multitracks, de mastersessies en het distributieaccount beheert, kan technisch handelen, wat nog niet bepaalt wie mag reproduceren of uitbrengen. Het artikel behandelt de vier documenten die de uitkomst jaren eerder vastleggen en de stappen voor de eerste twee weken na de uitspraak.

Read More

Synclicentie voor een reclamespot: waarom artikel 45d Auteurswet de muziek uitzondert van het vermoeden van overdracht

Een reclamespot is voor de Auteurswet een filmwerk, en dat brengt een bijzondere regeling mee. Artikel 45d lid 1 laat de makers van een filmwerk geacht worden hun exploitatierechten aan de producent te hebben overgedragen, ook zonder akte, tenzij schriftelijk anders is afgesproken. Voor de regisseur en de cameraman is de rechtenpositie daarmee in beginsel geregeld. Voor de muziek niet: de tweede volzin van dezelfde bepaling zondert de maker van de muziek en de maker van de bijbehorende tekst uitdrukkelijk uit. Bij bestaand repertoire speelt bovendien dat een componist uit 2019 geen maker is van een spot uit 2026 en dus hoe dan ook buiten het artikel valt.

Vier partijen, twee rechtenstrengen

De compositiekant loopt via de componist, de tekstschrijver en de uitgever. De opname staat daar zelfstandig naast: artikel 6 lid 1 sub a van de Wet op de naburige rechten geeft de fonogramproducent het uitsluitend recht op reproductie van zijn fonogram, en artikel 2 lid 1 sub b geeft de uitvoerende kunstenaar hetzelfde recht ten aanzien van de opname van zijn uitvoering. Een bestaande opname onder beeld zetten is een reproductie. De synclicentie voor een reclamespot vraagt daarom toestemming aan beide kanten van het nummer, en de vergoedingsregeling van artikel 7 WNR vult dat gat niet, omdat die op openbaarmaking ziet en niet op reproductie.

Waarom een Buma-licentie de zaak niet afdekt

Buma int voor de openbaarmaking van muziekwerken, het recht dat wordt aangesproken wanneer de omroep of het platform de spot vertoont. Stemra beheert het verveelvoudigingsrecht, waaronder het samenbrengen van muziek met beeld. Voor reclamegebruik loopt de aanvraag langs de rechthebbende zelf, die toestemming kan weigeren. Het bureau dat op de uitzendlicentie van de omroep vertrouwt, mist precies de kant die in reclame het meeste kost.

De grens die geen clausule wegneemt

In een spot wordt vrijwel altijd gesneden, verschoven en soms opnieuw ingezongen. Van het recht van artikel 25 lid 1 sub c Auteurswet om zich tegen wijzigingen te verzetten kan de componist afstand doen. Van sub d, het recht zich te verzetten tegen aantasting die zijn eer of naam kan schaden, noemt lid 3 geen afstandsmogelijkheid. Een clausule waarin de componist afstand doet van al zijn persoonlijkheidsrechten reikt op dat punt niet zo ver als zij belooft. Dit artikel loopt de zes punten langs die een reclamesync vastlegt: werk en opname, de tekenende partijen, de gebruiksvormen, termijn en territorium met een prijs voor verlenging, de bewerkingsvrijheid en haar grens, en exclusiviteit.

Read More

De helft van de Sena-vergoeding hangt aan een uitvoerende kunstenaar die bij een ingekochte AI-render kan ontbreken

Een label koopt een afgeronde master in waarvan de stem, de bas en de drums zijn gerenderd en waaraan niemand toonhoogte, timing of klank heeft vormgegeven. Het nummer wordt gedraaid op de radio en klinkt in winkels en horeca, Sena factureert die gebruikers, en dan moet dat geld verdeeld worden. Op het aanmeldformulier staat een veld voor de uitvoerende kunstenaars, en er is niemand om in te vullen. Dat lege veld raakt een aanspraak op de helft van een wettelijke vergoeding.

Het fonogram blijft beschermd, de uitvoerendenhelft heeft geen rechthebbende

Artikel 1 onder c van de Wet op de naburige rechten omschrijft een fonogram als iedere opname van uitsluitend geluiden van een uitvoering of andere geluiden. Die laatste woorden volgen de fonogramdefinitie van de Conventie van Rome van 1961, waarvan het conferentieverslag vogelzang en andere natuurgeluiden als voorbeelden noemt, en zij trekken vijfenzestig jaar later een volledig gerenderde track binnen de wet. De producent van het fonogram houdt daardoor het volle recht van artikel 6. De uitvoerende kunstenaar van artikel 1 onder a is echter gedefinieerd als een persoon die een werk uitvoert, en een gerenderde partij levert die persoon niet op. Nieuw is de vraag niet, en een oudere analogie maakt dat zichtbaar: bij een volledig met een drumcomputer geprogrammeerde plaat staat programmeren naast inspelen en naast live bedienen, drie feitelijk verschillende situaties. Nieuw is de omvang, want nu kan de hele bezetting van een track wegvallen.

Artikel 7 lid 4 WNR, de Sena-repartitie en de gemengde opname

De billijke vergoeding van artikel 7 WNR komt toe aan de uitvoerende kunstenaar en de producent samen en wordt tussen hen gelijkelijk verdeeld; artikel 15 legt de inning bij één aangewezen organisatie die verdeelt volgens een goedgekeurd reglement. Uit de definities samen volgt dat op een volledig gerenderde opname alleen de producentenhelft een rechthebbende aanwijst; wat er met de niet-claimbare uitvoerendenhelft gebeurt, bepaalt het repartitiereglement. Sena zelf merkt een dj, producer of elektronisch muzikant die zijn muziek in een DAW maakt wel aan als uitvoerende kunstenaar, zodat de vraag pas scherp wordt bij een volledig ingekochte render waaraan niemand heeft vormgegeven; hoe Sena dat geval behandelt is niet publiek bevestigd. Een naam invullen die niets heeft gespeeld, is hoe dan ook een onjuiste opgave bij een organisatie onder toezicht. Het gewone geval is bovendien de gemengde opname: een menselijke leadstem boven een gerenderde backing, of één vervangen partij. Daar bestaat de uitvoerende kunstenaar wel, voor precies die partijen die een mens heeft gespeeld. De opgave heeft bovendien een lange staart: Sena keert gereserveerde vergoedingen uit met een terugwerkende kracht van drie jaar en kan ten onrechte uitgekeerde bedragen binnen vijf jaar terugvorderen of verrekenen.

Wat artikel 50 AI-verordening sinds 2 augustus 2026 wel doet

De transparantieverplichtingen van artikel 50 van de AI-verordening gelden sinds 2 augustus 2026 en verplichten aanbieders synthetische audio machinaal leesbaar te markeren. Zij verschuiven niets in de verdeling van artikel 7 WNR, maar zij produceren bewijs over welke opnamen gerenderd zijn, en dat bewijs landt in de repartitie en in de garanties die een label vraagt. Het artikel sluit af met zes vastleggingen per track, van de producentendefinitie tot de markering, in het verlengde van garantie en vrijwaring bij AI-gereedschap.

Read More

Wat uw oud-manager na de opzegging nog verdient, hangt af van wat hij werkelijk deed

Een artiest zegt in maart haar managementovereenkomst op; met de opzegtermijn eindigt de samenwerking per 30 april. In november komt er geld binnen uit een sync-plaatsing: haar oud-manager voerde de gesprekken vanaf januari, de licentie is op 20 mei getekend, de uitzending was in oktober. Zijn kantoor stuurt een factuur voor twintig procent. Zij vindt dat merkwaardig, hij vindt het vanzelfsprekend, en het contract dat zij samen tekenden zegt over dit geval één zin die voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Dit is een veelvoorkomende nasleep van een managementrelatie in de muziek, en zelden de best geregelde.

De sunset clause is niet de enige regeling

In de branche heet de afbouwregeling voor provisie na het einde van de samenwerking de sunset clause. Wat in de onderhandeling minder vaak meekomt, is dat het Nederlandse recht voor een deel van deze relaties al een eigen nawerking kent, ongeacht wat er in het contract staat. Een managementovereenkomst wordt doorgaans gelezen als een overeenkomst van opdracht, met opzegging te allen tijde en een billijkheidsmaatstaf voor het loon bij een voortijdig einde. Maar de kwalificatie van een overeenkomst volgt niet uit de kop erboven, en een deel van de mensen die zich manager noemen doet iets wat de wet apart heeft benoemd: voor bepaalde of onbepaalde tijd en tegen beloning bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten, zonder ondergeschikt te zijn. Dat is de omschrijving van de agentuurovereenkomst, en van een deel van dat regime mag niet worden afgeweken. Daartussen ligt bovendien de bemiddelingsovereenkomst, die over losse deals kan gaan.

Waarom de looptijd en de opbrengst niet samenvallen

Er is een reden waarom deze discussie in de muziek harder aankomt dan in de meeste dienstverlening. Een sync-deal wordt in januari besproken, in mei gesloten en pas bij uitzending betaald; of dat vóór of ná de effectieve einddatum gebeurde, verandert de juridische route volledig. Een opnamecontract betaalt pas uit als het voorschot is terugverdiend. Een uitgavecontract loopt door zolang het werk loopt — dezelfde ontkoppeling tussen afspraak en opbrengst die speelt bij het terughalen van stilliggend repertoire. De economische voetafdruk van het werk van een manager is losgekoppeld van de looptijd van zijn contract — precies de ontkoppeling waarvoor het Europese agentuurrecht veertig jaar geleden al een regeling trof, geschreven voor handelsagenten in de goederenhandel.

Zes vastleggingen aan het begin

Dit artikel behandelt de drie vragen die een bruikbare sunset clause beantwoordt — waarop de provisie rust, welke gebeurtenis telt, en hoelang zij doorloopt — en de gevaarlijkste formulering van het genre: provisie zolang de tijdens de looptijd gesloten overeenkomsten duren. Daarnaast een beslisinstrument van zes vastleggingen over rol, grondslag, trigger, horizon, uitgesloten stromen en het dealregister dat na afloop de discussie beslist. Alle zes horen thuis in het contract dat aan het begin wordt getekend, niet in de correspondentie aan het eind.

Read More

Elke plug-in tekent mee in uw garantieclausule

Leverings-, distributie- en producercontracten in de muziek werken vaak met dezelfde zin: de opnamen schenden geen rechten van derden, en de leverancier vrijwaart de wederpartij van alle aanspraken. Nieuw is dat een deel van de productieketen niet meer met eigen oren te controleren valt — een plug-in die de vocal verdubbelt, een scheidingstool op een geklaarde sample, of een sessiemuzikant die zelf gereedschap gebruikte en dat nergens hoefde te melden.

Een garantie verdeelt risico

Een garantiebepaling werkt naar Nederlands recht in de eerste plaats als een risicoverdeling: artikel 6:75 BW laat toerekening ook op de rechtshandeling zelf berusten, niet alleen op schuld. Of een als garantie aangeduide bepaling dat werkelijk meebrengt, hangt af van haar formulering en van de uitleg van het contract. Waar zij onvoorwaardelijk is, is de vraag of u het kon weten meestal al beantwoord voordat zij wordt gesteld. En of de vrijwaring buiten de aansprakelijkheidsbeperking valt, blijkt pas uit de redactie van clausule en plafond samen.

De opnamestaat als voorouder van de toolverklaring

De branche loste deze vraag eerder op met papier dat fysiek aan de drager vastzat: de opnamestaat met de bezetting per spoor, de sessieverklaringen van de musici, de clearance-map met de verleende toestemmingen. Dat pakket beantwoordde "wie heeft hier wat gedaan" met vastlegging op het moment zelf, niet met een belofte achteraf, en het bleef leesbaar toen niemand van de oorspronkelijke ploeg nog bereikbaar was. De toolverklaring is dezelfde oplossing, uitgebreid van bezetting naar gereedschap: één regel per spoor met het gebruikte gereedschap, de hoedanigheid — genereren, bewerken, scheiden, herstellen — en de bron waarop het werd losgelaten.

Wat de transparantieregels opleveren

De AI-verordening legt drie verschillende plichten bij drie partijen — markering door de aanbieder, bekendmaking door de gebruiksverantwoordelijke, documentatie door de modelaanbieder — met overgangstermijnen die tot 2 december 2026 en 2 augustus 2027 lopen. Ze maken uw garantie geen greintje zachter, maar leveren wel opvraagbare documentatie. Dit artikel behandelt de vier lagen van een leveringsverklaring en waarom een distributeur aan een schone verklaring meer heeft dan aan een schone belofte.

Read More

Niet uitbrengen is ook een keuze, en die keuze heeft een houdbaarheidsdatum

Drie albums staan nog op alle streamingdiensten, maar er wordt al jaren niets meer mee gedaan: geen heruitgave, geen vinyl, geen sync die ergens wordt aangeboden, geen afrekening en geen antwoord op mails. Artikel 25e van de Auteurswet geeft de maker in dat geval een eigen uitweg. Sinds de Wet versterking auteurscontractenrecht op 1 januari 2026 in werking trad, heet die uitweg geen ontbinding meer maar opzegging, geheel of gedeeltelijk, en telt het beëindigen van de exclusiviteit uitdrukkelijk als een gedeeltelijke opzegging. De bepaling is dwingend recht, werkt via de Wet op de naburige rechten ook voor uitvoerende musici, en kan dus niet worden weggeschreven in het contract, hoe oud dat ook is.

Waarom niemand er een beroep op doet

Toen dit hoofdstuk in 2015 in werking trad, betekende niet-exploiteren dat een plaat uit de handel was. Sindsdien kost het onderhouden van beschikbaarheid vrijwel niets meer. Een catalogus die op alle diensten staat levert de rechthebbende het verweer op dat het repertoire gewoon verkrijgbaar is, en dat verweer verstopt de stilstand. Het merkenrecht kwam hetzelfde probleem eerder tegen en loste het op met een maatstaf voor normaal gebruik: gebruik telt alleen wanneer het werkelijk commercieel is en niet alleen dient om het recht in stand te houden. Die redenering geldt niet rechtstreeks in het auteurscontractenrecht, en de mechanica verschilt wezenlijk, want een merk kan door een willekeurige derde worden doorgehaald terwijl alleen de maker zelf zijn eigen contract kan openbreken. De gedachte is bruikbaar: passieve beschikbaarheid is op zichzelf wel een exploitatiehandeling, maar bewijst niet dat er in voldoende mate wordt geëxploiteerd, en dat laatste is de maatstaf.

Gedeeltelijk terughalen werkt beter dan alles

Juist het gedeeltelijke deel is in de praktijk bruikbaar. Streaming loopt door, terwijl het sublicentiëren voor sync in acht jaar niet één keer gebeurde, het fysieke recht stilligt ondanks vraag naar een heruitgave zoals bij een eigen persing, of voor een heel gebied nooit een distributiepartner is aangesteld. Waar de wederpartij het recht wil houden maar er niets mee doet, kan het beëindigen van de exclusiviteit al genoeg zijn. Per exploitatievorm is de bewijsopgave smaller en scherper dan bij de stelling dat er in het geheel niets gebeurt. Voor dat bewijs bestaat sinds 7 juni 2022 de transparantieplicht van artikel 25ca, die ook geldt voor overeenkomsten die daarvoor al liepen: de wederpartij moet ten minste eenmaal per jaar actuele, relevante en volledige informatie geven over de exploitatie en de opbrengsten. Een opgave die drie jaar op rij dezelfde nul toont voor sync, fysiek en licenties is een objectief aanknopingspunt dat zwaarder weegt dan een reconstructie achteraf, en een opgave die uitblijft is zelf een feit. De plicht kent wel grenzen: zij geldt niet bij een niet-significante bijdrage, behoudens artikel 25d, en kan worden beperkt bij een aantoonbaar onevenredige administratieve last.

Twee brieven bepalen de uitkomst

Opzeggen gaat in twee stappen. Eerst stelt de maker schriftelijk een redelijke termijn waarbinnen de wederpartij alsnog kan gaan exploiteren; die stap mag alleen achterwege blijven voor zover exploitatie blijvend onmogelijk is. Die brief benoemt welke werken het betreft, welke exploitatievormen stilliggen, sinds wanneer, en wat er wordt verlangd. Loopt de termijn af, dan volgt de opzegging zelf, die de wet vormvast heeft gemaakt als een schriftelijke verklaring van de maker aan de wederpartij; de wederpartij of de derde moet daarna binnen een gestelde redelijke termijn het auteursrecht terugleveren. Komt er niets, dan is de geschillencommissie auteurscontractenrecht een lichter forum dan de rechter, maar geen vanzelfsprekendheid: de exploitant moet zijn aangesloten of alsnog instemmen, en na mislukte bemiddeling kan de commissie pas beslissen als beide partijen dat willen. Bij gezamenlijk auteursrecht op een ondeelbaar werk is bovendien in beginsel de toestemming van de andere makers nodig. Bij oudere internationale contracten telt daarnaast dat een rechtskeuze voor buitenlands recht dit hoofdstuk niet zomaar opzijzet wanneer de exploitatie in hoofdzaak in Nederland plaatsvindt.

Read More