Te weinig royalty's ontvangen van uw label of uitgever: hoe ver u terug kunt vorderen, wanneer de verjaring van vijf jaar begint (artikel 3:308 BW) en wat een bezwaartermijn in uw contract waard is

Een gefingeerd voorbeeld: een singer-songwriter uit Utrecht tekent in 2016 een platencontract. Het label rekent per halfjaar af en betaalt uiterlijk op 30 september over het eerste en uiterlijk op 31 maart over het tweede halfjaar. In september 2026 legt haar nieuwe manager tien jaar afrekeningen naast de cijfers van haar distributeur. Vanaf 2018 staan de inkomsten uit één buitenlands gebied steeds als licentie-inkomsten in de afrekening, tegen het lagere royaltypercentage dat het contract voor licenties hanteert. Het verschil loopt op tot een flink bedrag. Het label antwoordt kort: volgens het contract zijn afrekeningen bindend als de artiest niet binnen twee jaar na ontvangst schriftelijk bezwaar maakt, en alles van vóór 2021 is toch al verjaard. Hoeveel van dat geld kan zij nog terugvragen?

Een moderne snijbank voor lakmasters met snijkop en inspectiemicroscoop boven een zwarte lakmaster, in een licht masteringstudio met een oranje akoestisch paneel


Welke verjaringstermijn geldt voor royalty's: vijf jaar, per afrekening (artikel 3:307 en 3:308 BW)

Een vordering tot betaling van royalty's is een vordering tot nakoming van een overeenkomst. Volgens artikel 3:307 BW verjaart die vijf jaar na de dag waarop de vordering opeisbaar werd. Royalty's die per halfjaar worden betaald, vallen daarnaast onder artikel 3:308 BW, dat geldt voor alles wat bij het jaar of een kortere termijn moet worden betaald. Ook daar is de termijn vijf jaar. Welke van de twee bepalingen van toepassing is, maakt voor de lengte dus niets uit.

Belangrijker is dat iedere afrekeningsperiode afzonderlijk verjaart. In de casus moest de royalty over het eerste halfjaar van 2021 uiterlijk op 30 september 2021 betaald zijn. Die vordering verjaarde daarom met het verstrijken van 30 september 2026, een paar weken voordat de manager zijn bevindingen op papier had. De royalty over het tweede halfjaar van 2021 werd op 31 maart 2022 opeisbaar; een stuitingsbrief daarover moet het label uiterlijk op 31 maart 2027 hebben bereikt, en verstandig is een ruime marge. Wie in oktober 2026 een brief stuurt, kan in deze casus dus terug tot en met de afrekening over de tweede helft van 2021. Bij halfjaarlijkse afrekening verjaart zo elk halfjaar de volgende periode.


Wanneer de termijn begint: op de betaaldatum uit het contract, ook als u de fout pas later ontdekt

De termijn begint te lopen op de dag na de opeisbaarheid, en die volgt uit het contract: de datum waarop het label moest afrekenen en betalen. Het moment waarop de artiest de fout ontdekt, speelt voor artikel 3:307 en 3:308 BW geen rol. Dat voelt onredelijk wanneer de fout in een samenvattingsregel verborgen zat, maar het is het uitgangspunt van de wet. De wet kent wel een verlenging bij opzettelijk verbergen: houdt de schuldenaar het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid daarvan opzettelijk verborgen, dan is er een grond voor verlenging (artikel 3:321 lid 1 onder f BW). Zou de gewone termijn aflopen terwijl het verbergen voortduurt, of binnen zes maanden nadat het is opgehouden, dan loopt hij door tot zes maanden na dat moment (artikel 3:320 BW). Eindigt de gewone termijn later, dan blijft die latere datum gelden. Een gewone administratieve fout valt daar niet onder; de artiest moet aantonen dat het label de afwijking kende en opzettelijk buiten beeld hield. Daarnaast kan een beroep op verjaring in uitzonderlijke gevallen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (artikel 6:2 lid 2 BW).

Dezelfde betaaldatum heeft een tweede gevolg. Is in het contract een vaste termijn voor betaling afgesproken, dan raakt het label bij het verstrijken daarvan in de regel zonder aanmaning in verzuim (artikel 6:83 onder a BW). Over het te weinig betaalde bedrag is dan de wettelijke rente verschuldigd vanaf die datum (artikel 6:119 BW). Bij een fout die al jaren doorloopt, maakt dat een wezenlijk deel van de vordering uit. Ook rente verjaart overigens na vijf jaar.


Hoe u de verjaring stuit met een brief of e-mail (artikel 3:317 en 3:319 BW)

Een rechtszaak is niet nodig om de klok stil te zetten. Volgens artikel 3:317 lid 1 BW wordt de verjaring van een vordering tot nakoming gestuit door een schriftelijke aanmaning, of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Daarna begint volgens artikel 3:319 BW een nieuwe termijn van vijf jaar. De brief werkt pas als hij het label heeft bereikt (artikel 3:37 lid 3 BW). Verstuur hem daarom aangetekend én per e-mail en bewaar het bewijs van verzending en ontvangst.

Maak de brief zo concreet als u kunt: noem het contract, de periodes, de inkomstenpost die verkeerd is ingedeeld en een eerste schatting van het bedrag. Een algemene klacht over "de afrekeningen" geeft het label ruimte om later te betwisten dat de stuiting deze vordering betrof. Is de catalogus inmiddels verkocht, stuur de brief dan ook aan de nieuwe eigenaar. De informatieplicht van artikel 25ca rust uitdrukkelijk ook op de rechtsopvolger van het label.


Wat een bezwaartermijn van twee jaar waard is naast artikel 25ca, 25f en 25h Auteurswet

Veel platen- en publishingcontracten bevatten een beding dat een afrekening bindend wordt als de artiest of songwriter niet binnen een bepaalde termijn bezwaar maakt. Twee of drie jaar is gebruikelijk. Zo'n termijn staat los van de verjaring: hij regelt wanneer de inhoud van een afrekening vaststaat, de verjaring regelt hoe lang een vordering kan worden ingesteld. Partijen mogen zulke termijnen in beginsel afspreken. Voor makers, en via artikel 2b Wet op de naburige rechten ook voor uitvoerende kunstenaars, gelden echter de dwingende regels van het auteurscontractenrecht.

Drie daarvan raken deze casus. Artikel 25ca Auteurswet verplicht de wederpartij om de maker ten minste eens per jaar te informeren over de exploitatiewijzen, de inkomsten en de verschuldigde vergoeding, en die informatie moet actueel, relevant en volledig zijn. Artikel 25h bepaalt dat de maker geen afstand kan doen van de rechten uit dit hoofdstuk. En volgens artikel 25f lid 2 is een beding dat voor de maker onredelijk bezwarend is vernietigbaar, waarbij onder meer de aard van de overeenkomst, de manier waarop die tot stand kwam en de wederzijds kenbare belangen meewegen. De informatieplicht van artikel 25ca geldt voor exploitatie vanaf 7 juni 2022, ook onder contracten die eerder zijn gesloten. Voor exploitatie van vóór die datum biedt dat artikel geen grondslag; daarvoor geldt wat het contract over informatie en controle zegt, getoetst aan artikel 25f. Beslissend is het moment waarop de exploitatie plaatsvond. Een bezwaartermijn die afloopt over afrekeningen waarin de verkeerde indeling niet te zien was, is op dat punt kwetsbaar: de artiest kon geen bezwaar maken tegen iets wat de afrekening niet liet zien. Of een rechter het beding in een concreet geval vernietigt, hangt af van de omstandigheden. Beroept het label zich erop, dan kan de artiest de vernietigingsgrond in elk geval ook als verweer inroepen (artikel 3:51 lid 3 BW).

Het hoofdstuk geldt ook bij een contract met een buitenlands label onder buitenlands recht, wanneer de exploitatie geheel of grotendeels in Nederland plaatsvindt (artikel 25h lid 2). In een eerdere bijdrage over de trackregel in de artiestenroyalty beschreven we welke velden een afrekening controleerbaar maken. Wie wil nagaan of de royalty in verhouding staat tot wat een nummer opbrengt, vindt de achtergrond in ons stuk over de bestsellerbepaling van artikel 25d. De informatie uit artikel 25ca is daarvoor de eerste bouwsteen.


Vijf stappen als u een fout in een oude royaltyafrekening vindt

  • Zet per afrekeningsperiode de contractuele betaaldatum op een rij en reken uit welke periode als eerste verjaart.
  • Stuur vóór die datum een schriftelijke aanmaning met een ondubbelzinnig voorbehoud, aangetekend en per e-mail, met periodes, inkomstenpost en een geschat bedrag.
  • Vraag de informatie op waarop u volgens artikel 25ca recht hebt, en kondig een controle aan als uw contract een auditbeding heeft, binnen de termijnen en volgens de vorm van dat beding.
  • Noteer wanneer u elke afrekening ontving en maak binnen de contractuele bezwaartermijn alvast gemotiveerd bezwaar, ook als het onderzoek nog loopt.
  • Bereken de wettelijke rente per periode vanaf de betaaldatum en voeg die toe aan het overzicht.

Voor de singer-songwriter uit Utrecht betekent dit dat de periodes vanaf de tweede helft van 2021 nog te vorderen zijn, mits zij nu stuit. De afrekeningen die zij vóór oktober 2024 ontving, vallen buiten de bezwaartermijn van twee jaar. Voor de exploitatie vanaf 7 juni 2022 kan zij het beding toetsen aan artikel 25ca en 25f; voor de oudere exploitatie alleen aan het contract en artikel 25f. De afrekening over het eerste halfjaar van 2022 valt daarbij in twee delen uiteen. In beide gevallen telt dat de buitenlandse inkomsten niet als eigen verkopen herkenbaar waren. Over de jaren 2018 tot en met het eerste halfjaar van 2021 heeft het label het betere argument, tenzij zij kan aantonen dat het label de afwijking opzettelijk verborgen hield. Dan lopen de termijnen die tijdens het verbergen of binnen zes maanden daarna zouden aflopen, door tot zes maanden nadat het verbergen ophield. Als dat moment de ontdekking in september 2026 is, komt dat uit in maart 2027; dat moment moet dan wel worden vastgesteld.

Ligt uw platen- of publishingcontract nog in een la, lees dan op de pagina van onze contractscan hoe die u helpt de afrekening, de bezwaartermijn en het controlerecht in uw contract terug te vinden. Gaat u een nieuwe deal sluiten, dan kunt u met de platencontract-generator of de publishingcontract-generator een eerste opzet maken waarin die afspraken er vanaf het begin in staan.

Bronnen: Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikelen 3:37, 3:51, 3:307, 3:308, 3:317, 3:319, 3:320 en 3:321, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 6:2, 6:83 en 6:119, Auteurswet, artikelen 25ca, 25d, 25f en 25h en Wet op de naburige rechten, artikel 2b (via wetten.overheid.nl, geraadpleegd op 1 en 12 oktober 2026); over het ingangsmoment van de informatieplicht: memorie van toelichting bij de implementatie van de DSM-richtlijn, Kamerstukken II 35454, nr. 3.