Een zangeres uit Rotterdam neemt in 2021 met haar label een single op. Het label financiert en organiseert de videoclip, neemt de eindbeslissingen en brengt hem uit. Een regisseur en zijn productiebedrijf draaien hem in twee dagen in een oude scheepsloods, en de clip haalt een paar miljoen views. Vijf jaar later is het platencontract afgelopen. De zangeres wil de clip op de schermen achter het podium van haar clubtour laten zien en hem op haar eigen kanaal zetten. Het label laat weten dat de clip van het label is. De regisseur zegt dat hij nooit iets heeft overgedragen, omdat er alleen een offerte en een factuur zijn. Wie heeft hier gelijk, en welke rol speelt het feit dat de zangeres zelf in de clip te zien is?
Waarom een videoclip in de Auteurswet een filmwerk is (artikel 45a)
De Auteurswet kent een eigen hoofdstuk voor films. Onder filmwerk verstaat artikel 45a Auteurswet een werk dat bestaat uit een reeks beelden met of zonder geluid, ongeacht de wijze van vastlegging, mits het is vastgelegd. Een videoclip van drie minuten valt daar zonder moeite onder, net als een lyricvideo of een liveregistratie met een eigen montage. Makers van het filmwerk zijn de natuurlijke personen die een bijdrage van scheppend karakter hebben geleverd die voor het filmwerk bestemd was. In een clip zijn dat doorgaans de regisseur, vaak ook de cameraman met eigen beeldkeuzes, de editor die de montage bepaalt en soms een choreograaf of animator.
Naast de makers noemt de wet de producent van het filmwerk: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de totstandbrenging van het filmwerk met het oog op de exploitatie. Doorslaggevend is de feitelijke rolverdeling: wie de productie organiseert, de eindbeslissingen neemt, het risico draagt en de clip met het oog op exploitatie laat maken. Betalen alleen beslist dat niet, en een etiket in het contract evenmin. Organiseert en financiert het label de clip en brengt het label hem uit, zoals in het voorbeeld, dan zal het label vaak de producent zijn. Neemt de artiest via een eigen bv die rol op zich, dan kan zij zelf de producent zijn. Voert het productiebedrijf van de regisseur alleen een opdracht uit, dan ligt de producentenrol eerder bij de opdrachtgever. Het hangt steeds af van de feiten van de productie.
Wat de regisseur volgens artikel 45d Auteurswet aan het label overdraagt zonder het op te schrijven
Hier zit de kern van het geschil met de regisseur. Volgens artikel 45d Auteurswet worden de makers geacht aan de producent het recht te hebben overgedragen om het filmwerk te verhuren en anderszins openbaar te maken, het te verveelvoudigen, er ondertitels bij te maken en de teksten na te synchroniseren, tenzij de makers en de producent schriftelijk iets anders hebben afgesproken. Dat wettelijk vermoeden van overdracht gaat in op het moment dat de clip vertoningsgereed is, en de producent beslist wanneer dat zo is, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen (artikel 45c). Voor de regisseur uit het voorbeeld betekent dit dat een ontbrekende akte hem weinig helpt. Was het label de producent, dan ligt het recht om de clip te vertonen en te verspreiden in beginsel bij het label.
Daar staan twee dingen tegenover. De producent is de makers voor de overdracht en de exploitatie een billijke vergoeding verschuldigd. Die vergoeding wordt schriftelijk overeengekomen, en de maker kan er geen afstand van doen. Bij een betaalde clip is het honorarium van de regisseur meestal die vergoeding, maar het is verstandig dat ook zo op te schrijven. Daarnaast verklaart artikel 45d lid 2 het auteurscontractenrecht van hoofdstuk 1a grotendeels van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 25fa. De regels over een onevenredig lage vergoeding en over opzegging bij onvoldoende exploitatie (artikel 25e) gelden dus ook voor de makers van een clip. Verder heeft iedere maker recht op vermelding van zijn naam op de gebruikelijke plaats (artikel 45e), en wordt hij verondersteld afstand te hebben gedaan van zijn verzet tegen wijzigingen als bedoeld in artikel 25 lid 1 onder c, tenzij schriftelijk anders is afgesproken (artikel 45f). Een verticale versie voor sociale media of een kortere edit kan het label daarom meestal zonder nieuwe toestemming maken. Het verzet tegen een misvorming die de eer of de naam van de regisseur schaadt (artikel 25 lid 1 onder d) blijft wel bestaan.
Waarom het nummer zelf buiten de clip blijft: de muziekuitzondering en artikel 45g
Artikel 45d bevat een uitzondering die voor muzikanten belangrijk is. Het vermoeden van overdracht geldt niet voor degene die voor het filmwerk de muziek heeft gemaakt en niet voor de tekstdichter van die muziek. Bij een videoclip is de song er meestal al voordat er een camera draait, zodat de componist en tekstdichter niet eens als makers van het filmwerk gelden. Hun werk wordt in de clip gebruikt, en daarvoor is een synchronisatielicentie van de rechthebbenden op de compositie nodig, in de praktijk de muziekuitgever. Dezelfde uitzondering speelde in een eerder stuk op deze site over de synclicentie voor een reclamespot. De opname heeft weer een eigen rechthebbende. Wie de master in de clip opneemt, reproduceert het fonogram, en daarvoor is op grond van artikel 6 Wet op de naburige rechten toestemming van de producent van dat fonogram nodig. Voor latere vormen van openbaarmaking kent de WNR eigen regels, zoals de vergoedingsregeling voor commerciële fonogrammen in artikel 7.
Artikel 45g voegt daar een regel aan toe die vaak over het hoofd wordt gezien. Een maker behoudt, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, het auteursrecht op een bijdrage die een van het filmwerk scheidbaar werk vormt. Na de voltooiing mag hij die bijdrage afzonderlijk exploiteren, zolang hij de exploitatie van de clip niet schaadt. Een animatiereeks die ook los van de clip een werk is, kan daaronder vallen. De songwriter die zijn nummer later in een film of commercial wil laten gebruiken, heeft voor dat eigen werk geen toestemming van het label voor de clip nodig. Wil hij daarbij de bestaande opname gebruiken, dan moet hij dat regelen met de partij die de masterrechten heeft.
Wat de artiest volgens artikel 4 WNR inlevert door in de eigen clip te spelen
Nu de vraag waarmee het voorbeeld begon. De uitleg hier beschrijft het recht zoals het in 2026 geldt; bij een clip uit 2021 kan voor de beoordeling van de oorspronkelijke afspraken ook het recht van dat moment een rol spelen. De zangeres staat in de clip en zingt mee op haar eigen opname. Haar optreden voor de camera is een uitvoering in de zin van de Wet op de naburige rechten. Artikel 4 WNR bepaalt dat op de uitvoering van een uitvoerende kunstenaar die bestemd is als bijdrage aan een filmwerk, de artikelen 45a tot en met 45ga Auteurswet van overeenkomstige toepassing zijn. Het vermoeden van overdracht uit artikel 45d geldt dus ook voor haar. Zonder schriftelijke afspraak wordt zij geacht haar rechten op het optreden in de clip aan de producent te hebben overgedragen, met recht op een billijke vergoeding.
Dat is opvallend, omdat voor de muziek zelf het omgekeerde geldt. Een overeenkomst waarmee zij haar naburige rechten op de audio-opname overdraagt of een exclusieve licentie geeft, moet volgens artikel 9 lid 2 WNR schriftelijk worden aangegaan, en voor de levering bij overdracht is daarnaast een akte nodig (artikel 9 lid 3). Voor de opname moet het label dus schriftelijke stukken hebben. Voor de beelden van dezelfde artiest bij dezelfde song regelt de wet de overdracht zelf. Wie bij het einde van een platencontract alleen naar de masterclausule kijkt, mist zo een tweede pakket rechten. In het voorbeeld kan de zangeres de clip op haar tour alleen vertonen met toestemming van de producent, tenzij haar contract daar iets over zegt. Ook de rechten op het nummer en de master moeten dan geregeld zijn. Een artiest die na het contract eigen nummers opnieuw wil opnemen, loopt tegen een vergelijkbare vraag aan: wat bleef bij het label achter, en wat kwam terug?
Zes afspraken voor een clipcontract tussen label, artiest en regisseur
- Wie de producent is: leg de feitelijke rolverdeling vast (wie organiseert, beslist, financiert en uitbrengt) en maak daarnaast een uitdrukkelijke afspraak over de rechten. Een benoeming in het contract bepaalt op zichzelf niet wie producent is in de zin van artikel 45a.
- Of de regisseur, cameraman en editor naast het wettelijk vermoeden ook uitdrukkelijk overdragen, en voor welke vormen van gebruik, zoals reclame, tourbeelden en uitsnedes voor sociale media.
- De billijke vergoeding per maker, schriftelijk en met de vermelding dat het honorarium die vergoeding omvat.
- Een uitzondering voor de artiest: het recht om de clip na afloop van het platencontract te tonen op eigen kanalen, op de website en tijdens optredens.
- De synchronisatielicentie voor de compositie en de toestemming voor de master, met looptijd en territorium, ook voor later gebruik van de clip.
- Wie de ruwe opnamen en projectbestanden bewaart en wie ze later mag gebruiken voor een nieuwe edit of een documentaire.
Een clip wordt vaak in een paar weken geregeld, met een offerte, een draaidag en een factuur. Het auteursrechtelijke deel krijgt dan weinig aandacht, omdat iedereen op dat moment hetzelfde wil. Vijf jaar later, als het label en de artiest uit elkaar zijn, bepalen de feitelijke producentenrol en de gemaakte rechtenafspraken wie de clip mag vertonen.
Ligt er een platencontract of een clipafspraak op tafel, dan kunt u het stuk eerst door onze contractscan laten lopen. Daarmee ziet u snel of er iets over de videoclip en uw eigen optreden in staat. Wilt u voor een nieuwe deal zelf een eerste opzet maken, dan helpt de platencontract-generator u op weg.
Bronnen: Auteurswet, hoofdstuk V, artikelen 45a tot en met 45g en Wet op de naburige rechten, artikelen 4, 6 en 9 (via wetten.overheid.nl, versie geldend vanaf 1 januari 2026, geraadpleegd op 1 en 5 oktober 2026).
