Als uw label failliet gaat: wat artikel 37 Faillissementswet en de arresten Nebula (2006) en Berzona (2014) betekenen voor uw masters

Op de dag dat het faillissement van een klein Nederlands label wordt uitgesproken, verandert er aan de streams niets. De catalogus blijft draaien bij de distributeur, de playlists lopen door, en pas bij de eerstvolgende afrekening merkt de artiest dat er geen geld meer komt. Dan begint de vraag die zelden in het contract is beantwoord: van wie is de opname nu, en mag de artiest de bestanden ophalen? Het antwoord staat deels in de Faillissementswet, deels in twee arresten van de Hoge Raad, en deels in de papieren die bij het tekenen van de dealmemo zijn opgesteld of overgeslagen. Wie eerder las wat er gebeurt als een label repertoire laat stilliggen, herkent het onderliggende probleem: exploitatierechten liggen bij een partij die ze niet meer gebruikt.

Macro-opname van een snijkop van een plaatsnijbank boven een zwarte lakplaat, met een stalen zegeldraad en een koraalrode loodzegel dwars door de sledebalk
De snijkop staat boven de lakplaat, de zegeldraad zit door de sledebalk. De machine is intact en staat stil: dat is precies de positie van een catalogus in een boedel.


Artikel 37 lid 1 Faillissementswet: termijnstelling, gestanddoening en het beperkte rechtsgevolg

Een platencontract is een wederkerige duurovereenkomst. De artiest verleent rechten en levert opnamen; het label exploiteert, verantwoordt en rekent af. Op het moment van de faillietverklaring is die overeenkomst door beide partijen meestal deels nagekomen en deels niet. Voor precies die situatie geeft artikel 37 lid 1 Faillissementswet de wederpartij één instrument: zij kan de curator schriftelijk een redelijke termijn stellen om zich bereid te verklaren de overeenkomst gestand te doen. Lid 2 voegt daaraan toe dat een curator die wél gestand doet, voor die nakoming zekerheid moet stellen.

Het rechtsgevolg van stilzitten is nauw omschreven, en dat is het punt waarop artiesten zich het vaakst verrekenen. Verklaart de curator zich niet binnen de gestelde termijn, dan verliest hij uitsluitend het recht om zijnerzijds nakoming te vorderen. De overeenkomst eindigt daarmee niet, de rechten vallen niet terug naar de artiest, en er ontstaat geen aanspraak op afgifte van de mastersessies. Wat de termijnstelling oplevert is een vastgelegd standpunt en het wegvallen van de mogelijkheid dat de boedel later alsnog levering of medewerking van de artiest opeist. Terugval van rechten moet uit het contract komen, uit een ontbinding op een zelfstandige grond, of uit een afspraak met de curator. Naast de termijnstelling blijven andere routes open: ontbinding wegens tekortkoming, een beroep op de exploitatieplicht, of onderhandeling over een koop van de catalogus uit de boedel.


Hoge Raad 3 november 2006 (Nebula): het uitgangspunt, en waarom het niet het laatste woord bleef

In het arrest Nebula (HR 3 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8838, NJ 2007/155) formuleerde de Hoge Raad het uitgangspunt in rechtsoverweging 3.5: de faillietverklaring oefent op bestaande wederkerige overeenkomsten geen invloed uit, en de verbintenissen van de gefailleerde en zijn medecontractant worden er niet door gewijzigd. Daarop volgt de beperking die de zaak beroemd heeft gemaakt. Dat een overeenkomst blijft bestaan betekent nog niet dat de schuldeiser van een duurovereenkomst zijn rechten kan blijven uitoefenen alsof er geen faillissement was, want dan zou het beginsel van gelijkheid van schuldeisers op onaanvaardbare wijze worden doorbroken.

Voor de muziekpraktijk zit de scherpte in wat de Hoge Raad daarna toevoegde. De regel omvat tevens de verplichting het gebruik van een aan de gefailleerde toebehorende zaak te dulden. Nebula ging over een pand en over een gebruiksrecht dat ná het faillissement door de economisch eigenaar aan een derde was doorgegeven. Uit die feiten werd jarenlang een brede regel afgeleid: ook een licentie zou tegen de curator niets meer waard zijn. Die lezing is door de Hoge Raad zelf teruggenomen, en wie vandaag over een licentie in een boedel adviseert moet de drie arresten als één lijn lezen. Nebula geeft het vertrekpunt en de grens van wat een schuldeiser mag opeisen; wat de curator vervolgens zelf mág doen, is in 2014 en 2018 beslist.


Berzona (11 juli 2014) en Credit Suisse/Jongepier (23 maart 2018): passief niet nakomen mag, een licentie intrekken niet

Acht jaar later trok de Hoge Raad in Berzona (HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1681, NJ 2014/407) een grens die voor artiesten gunstiger uitpakt. In rechtsoverweging 3.6.3 omschrijft de Hoge Raad wat de curator passief mag laten liggen: verbintenissen die uit of ten laste van de boedel moeten worden voldaan, zoals een betaling, de afgifte van een zaak of de vestiging van een recht. Rechtsoverweging 3.6.4 sluit de andere kant af. Het uitspreken van het faillissement geeft de curator geen bevoegdheid of vordering die de wet of de overeenkomst hem niet toekent, zoals ontruiming of opeising terwijl de overeenkomst nog loopt. In 3.6.5 stelt de Hoge Raad vast dat in Nebula geen ander oordeel besloten ligt.

Vier jaar later maakte de Hoge Raad die grens expliciet voor licenties. In Credit Suisse/Jongepier (HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:424, NJ 2018/290) overweegt hij in rechtsoverweging 3.5.3 dat de faillissementstoestand de curator niet de bevoegdheid geeft om een vóór het faillissement verrichte prestatie actief ongedaan te maken, of een voortdurende prestatie die bestaat uit dulden of nalaten te beëindigen, "zoals door intrekking van een verleende licentie of opeising van een verhuurde zaak". Een vóór de faillietverklaring verleende licentie op een master of op een compositie eindigt dus niet omdat het label failliet gaat. Beëindiging vraagt een contractuele of wettelijke bevoegdheid, en die moet worden aangewezen.

Die grens loopt per handeling, en het loont haar handeling voor handeling na te lopen. Betaling van openstaande royalty's: passief, de curator hoeft niet te betalen en de vordering gaat ter verificatie. Afgifte van de multitrack- en mastersessies: passief, dat is afgifte van een zaak of van gegevens uit de boedel en de curator hoeft daar niet aan mee te werken. Uitvoering van een afgesproken releaseplanning: passief, een verbintenis ten laste van de boedel. Beëindiging van een licentie die het label vóór het faillissement heeft verleend: uitgesloten op grond van het faillissement alleen, zo blijkt uit rechtsoverweging 3.5.3 van het arrest uit 2018. Opeising van een opname die het label nooit geleverd heeft gekregen: daarvoor moet de curator een recht kunnen aanwijzen dat het label al had. In één zin: de curator hoeft niet te leveren, en mag niet komen halen. Berzona zegt daarmee niet dat iedere muzieklicentie het faillissement ongeschonden overleeft of tegen iedere derde afdwingbaar blijft; het zegt alleen dat het faillissement op zichzelf geen nieuwe bevoegdheid schept.

Datzelfde arrest bevestigt het gesloten stelsel van boedelschulden: schulden die rechtstreeks uit de wet volgen, schulden die de curator in zijn hoedanigheid is aangegaan, en schulden die het gevolg zijn van handelen van de curator in strijd met een op hem rustende verplichting. Alles wat daarbuiten valt is een gewone vordering. Voor royalty's betekent dat vier verschillende posities, en het loont ze in de eigen administratie ook zo te scheiden. Royalty's die vóór de faillietverklaring zijn opgebouwd: concurrente vordering, ter verificatie indienen. Royalty's die daarna ontstaan uit de bestaande afrekenformule: eveneens verifieerbaar, maar volgens rechtsoverweging 3.5.4 van het arrest uit 2018 alleen voor zover zij al besloten lagen in de rechtspositie zoals die bij het intreden van het faillissement bestond. Nieuwe prestaties die de artiest op verzoek van de curator levert, bijvoorbeeld een extra mix voor een verkoop van de catalogus: dat is een verbintenis die de curator in zijn hoedanigheid aangaat, en daarmee boedelschuld. Handelen van de curator dat inbreuk maakt op een recht dat niet in de boedel valt, bijvoorbeeld exploitatie van een opname waarvan de rechten nooit rechtsgeldig zijn overgedragen: een aanspraak uit onrechtmatig handelen, met een eigen beoordeling.

Dat voortgezette exploitatie of verkoop van de catalogus op zichzelf een royaltyvordering tot boedelschuld maakt, is een stap te ver. De toets is inhoudelijk: lag de aanspraak al in de rechtspositie besloten, breidt zij die positie uit, en is de boedel erdoor gebaat. Wat de artiest daaruit meeneemt is een concrete vraag aan de curator: zet u de exploitatie voort, op welke grondslag, en hoe kwalificeert u de opbrengsten die daaruit komen.


Vier rechtslagen achter één opname: artikel 2 lid 3 Auteurswet, artikel 9 Wet naburige rechten, en de bestanden zelf

"De masters" is in de praktijk één woord voor vier verschillende dingen, en in een faillissement volgt elk daarvan een eigen route. De eerste laag is het auteursrecht op compositie en tekst, dat bij de componist en tekstschrijver ontstaat. Artikel 2 lid 3 Auteurswet bepaalt dat de overeenkomst waarbij dat recht geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen of waarin een exclusieve licentie wordt verleend, bij akte wordt aangegaan, en dat ook de voor overdracht vereiste levering bij een daartoe bestemde akte geschiedt. Zonder die akte is er geen overdracht en is het auteursrecht nooit in het vermogen van het label terechtgekomen. Lid 4 voegt toe dat het auteursrecht dat aan de maker zelf toekomt niet vatbaar is voor beslag, een bescherming die na overdracht vervalt.

De tweede laag is het naburig recht van de uitvoerend kunstenaar op zijn uitvoering, waarover MusicaJuridica eerder schreef bij de Sena-vergoeding. De derde laag is het producentenrecht op het fonogram. Artikel 1 sub d van de Wet op de naburige rechten definieert de producent van fonogrammen als degene die het fonogram voor de eerste maal vervaardigt of doet vervaardigen. Dat is een feitelijke vraag, geen etiket: financierde en organiseerde de artiest de sessies zelf en leverde hij een afgemonteerde opname aan, dan kan hij zelf producent zijn en het label alleen licentienemer, ongeacht wat er op de hoes staat. Artikel 6 lid 1 geeft die producent de uitsluitende rechten op reproductie, verspreiding en openbaarmaking. Voor overdracht en exclusieve licentiëring van de naburige rechten stelt artikel 9 lid 2 een schriftelijkheidseis, en lid 3 verlangt voor de levering opnieuw een daartoe bestemde akte. De akte-eis geldt dus over beide ketens heen, met een net iets andere formulering.

De vierde laag heeft geen artikelnummer: de eigendom van en de feitelijke macht over de bestanden. Wie de multitracks, de mastersessies en de inloggegevens van het distributieaccount beheert, bepaalt wat er morgen praktisch gebeurt, ook wanneer de rechten elders liggen. Bezit maakt technisch handelen mogelijk en beslist niet wie mag reproduceren, uitbrengen of distribueren. Een artiest met de sessiebestanden kan een nieuwe mastering laten maken, maar of hij die mag uitbrengen hangt af van de rechtenlagen hierboven; een remastering is zelf een reproductiehandeling. Een curator met het distributieaccount houdt omgekeerd de feitelijke exploitatie in handen terwijl de rechthebbende toekijkt. In dossiers loopt het misverstand meestal via deze vierde laag: partijen praten over "de masters" terwijl de een de rechten bedoelt en de ander de harde schijf.


Vier documenten die vóór de faillietverklaring bepalen wat u terugkrijgt

De uitkomst wordt jaren eerder vastgelegd. Het eerste stuk is de akte van overdracht of exclusieve licentie voor het auteursrecht, gedateerd en ondertekend, naast de schriftelijke overeenkomst en leveringsakte voor de naburige rechten, met een omschrijving van de opnamen en het gebied. Het tweede is een terugvalbeding dat aanknoopt bij objectief vaststelbare feiten: staking van de exploitatie, uitblijven van afrekening gedurende een genoemd aantal maanden, of overdracht van de catalogus aan een derde. Een beding dat uitsluitend aan de faillietverklaring zelf een gevolg verbindt is naar Nederlands recht niet categorisch ongeldig. De maatstaf komt uit Megapool (HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY9087, NJ 2013/224). In rechtsoverweging 3.4.2 beschrijft de Hoge Raad het type beding dat problematisch is: een beding waardoor een prestatie niet langer verschuldigd is enkel vanwege het faillissement van de schuldeiser, terwijl de wederpartij de tegenprestatie daarvoor al heeft ontvangen. Zo'n beding kán nietig zijn, afhankelijk van de context en de overige omstandigheden, en een beroep erop kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. In de zaak zelf hield het beding stand, omdat de weggevallen provisie mede de tegenprestatie vormde voor een rol die door het faillissement verdween. Voor een terugvalbeding in een platencontract is dat de toets: staat tegenover de terugval een prestatie die de wederpartij al heeft geleverd, of hangt de terugval samen met exploitatie die feitelijk stopt. Een beding dat aanknoopt bij het uitblijven van exploitatie of afrekening doorstaat die toets eenvoudiger dan een beding dat alleen het woord faillissement noemt. Voor de herstructureringsprocedure is de vraag wettelijk beslist: artikel 373 lid 3 Faillissementswet bepaalt dat het voorbereiden en aanbieden van een akkoord onder de Wet homologatie onderhands akkoord, in werking op 1 januari 2021, geen grond is voor wijziging of opschorting van verbintenissen of voor ontbinding van de overeenkomst. Die bepaling ondersteunt alleen het WHOA-punt en zegt niets over het faillissement zelf; daar geldt de Megapool-toets.

Het derde stuk is een depotafspraak over de bestanden: waar de multitracks en de mastersessies staan, wie er toegang toe heeft en op welk moment een kopie aan de artiest toekomt. Neem daarin ook het distributieaccount en de aanlevering mee, want dat is de vierde laag uit de vorige paragraaf. Het vierde stuk is de eigen registratie: de werkaanmelding bij Buma/Stemra en de aanmelding van de opname bij Sena, met de trackregels uit eerdere afrekeningen ernaast bewaard, en met de deliverybevestigingen die laten zien wat wanneer is aangeleverd. Dat is een papierspoor dat buiten het label om bestaat.


Wat u doet in de eerste twee weken na de uitspraak

Zoek de uitspraak en de naam van de curator op in het Centraal Insolventieregister van de Rechtspraak. Stel de curator schriftelijk de redelijke termijn van artikel 37 lid 1 Fw, en vraag daarbij expliciet om een standpunt over het platencontract, over afgifte van de mastersessies en over de vraag of de exploitatie op naam van de boedel wordt voortgezet. Reken er niet op dat het uitblijven van een antwoord de rechten terugbrengt; het legt alleen de positie van de boedel vast. Dien de vordering ter verificatie in, gesplitst in de periode vóór en na de datum van de uitspraak, met per periode de grondslag erbij. Bericht de distributeur en de collectieve beheersorganisaties dat de contractuele grondslag ter discussie staat, en vraag daarbij om informatie en om handhaving van de bestaande situatie zolang de posities niet vaststaan. Een blokkade of omleiding van uitbetalingen eisen zonder vastgestelde aanspraak is een andere zaak, en levert een eigen aansprakelijkheidsrisico op. En haal de akte tevoorschijn voordat de curator dat doet: de partij die het ondertekende origineel op tafel legt, bepaalt waarover onderhandeld wordt.

Voor wie wil weten hoe het eigen contract eruitziet vóórdat er een curator aan te pas komt, is de contractscan van MusicaJuridica een korte, vaste route: de akte-eis voor beide rechtenketens, het terugvalbeding, de depotafspraak en de afrekeningsclausule worden er als afzonderlijke punten uit gelicht. Bronnen zijn geraadpleegd op 3 september 2026.