De helft van de Sena-vergoeding hangt aan een uitvoerende kunstenaar die bij een ingekochte AI-render kan ontbreken

Een Nederlands label brengt in september een single uit. De stem, de bas en de drums zijn niet ingespeeld maar gerenderd, en het label heeft de track als afgeronde master ingekocht bij een externe leverancier: niemand binnen of buiten het label heeft aan die opname toonhoogte, timing of klank vormgegeven. Het nummer wordt gedraaid op een landelijke radiozender en klinkt daarna maandenlang in winkels en horeca. Sena factureert die gebruikers, zoals altijd. Dan komt het moment waarop dat geld verdeeld moet worden, en op het aanmeldformulier staat een veld dat om de uitvoerende kunstenaars vraagt. Er is niemand om in te vullen.

Saffraan- en vermiljoenkleurig zand dat zich op een trillende zwarte plaat tot een symmetrisch Chladni-patroon heeft geordend, zonder instrument of speler in beeld

Die lege regel is geen administratief ongemak. Hij raakt de vraag wie in de Wet op de naburige rechten aanspraak heeft op de helft van een wettelijke vergoeding. Het gaat daarbij niet om de contractuele artiestenroyalty die het label afrekent, waarover het stuk over de controleerbare trackregel gaat, maar om een vergoeding die de wet zelf toekent en die langs een aangewezen organisatie loopt.


Waarom een volledig gerenderde opname gewoon een fonogram is

De Wet op de naburige rechten (geraadpleegd 27 augustus 2026) omschrijft in artikel 1 onder c een fonogram als "iedere opname van uitsluitend geluiden van een uitvoering of andere geluiden". Die laatste drie woorden doen het werk. Een fonogram hoeft geen uitvoering te bevatten. De zinsnede volgt de fonogramdefinitie van de Conventie van Rome van 1961; in het verslag van die conferentie komen vogelzang en andere natuurgeluiden langs als voorbeelden van wat eronder valt. De formule bepaalt dus de reikwijdte van het begrip, en vijfenzestig jaar later is het diezelfde reikwijdte die een volledig gerenderde track binnen de wet trekt.

Daarmee staat de producentenkant er goed voor. Artikel 1 onder d noemt als producent van fonogrammen "de natuurlijke of rechtspersoon die een fonogram voor de eerste maal vervaardigt of doet vervaardigen". Er is geen creativiteitseis, geen menselijke prestatie-eis en geen drempel: wie de eerste vastlegging tot stand brengt of laat brengen, heeft het recht van artikel 6 om toestemming te geven voor reproductie, verspreiding, uitzending en beschikbaarstelling. Wie in het voorbeeld producent is, hangt af van wie de eerste vastlegging vervaardigt of doet vervaardigen: dat kan het label zijn, maar evengoed de producer zelf of de partij die de opname laat maken en financiert. Die partij heeft een volwaardig naburig recht op de opname, ook al heeft niemand een noot gespeeld.


De uitvoerende kunstenaar van artikel 1 onder a moet een persoon zijn

Aan de andere kant van de opname ligt het anders. Artikel 1 onder a definieert de uitvoerende kunstenaar als "de toneelspeler, zanger, musicus, danser en iedere andere persoon die een werk van letterkunde, wetenschap of kunst of een uiting van folklore opvoert, zingt, voordraagt of op enige andere wijze uitvoert". Er zitten twee voorwaarden in die zin. Er moet een persoon zijn, en die persoon moet een werk uitvoeren. Artikel 1 onder l sluit de kring: een uitvoering is "de activiteit van de uitvoerend kunstenaar als zodanig".

Een model dat een zangpartij rendert voert niets uit in de zin van deze bepaling. Voor de gebruiker hangt het af van wat die feitelijk doet: wie een opdracht intikt en het resultaat aanneemt, zoals in het voorbeeld hierboven, voert niet uit; wie generatieve software live bedient en daarbij zelf toonhoogte, timing en klank vormgeeft, zit dichter bij de musicus uit de definitie. Een oudere analogie helpt bij die grens, en zij blijft een analogie: bij een plaat die volledig met een drumcomputer werd geprogrammeerd is dezelfde vraag te stellen, want ook daar staat aan een sequencer programmeren naast op pads inspelen en naast het live bedienen van het apparaat. Dat zijn drie verschillende feitelijke situaties, en het onderscheid tussen bedienen en uitvoeren is dus ouder dan de generatieve modellen. Een gepubliceerd oordeel over die drie situaties is hier niet aangehaald, en de vergelijking bewijst op zichzelf niets over de kwalificatie van gerenderde partijen. Wat verandert is de omvang. Waar vroeger één ritmesectie ter discussie stond, kan nu de hele bezetting van een track wegvallen.

De grens loopt bij wat iemand feitelijk doet, en die grens ligt in de praktijk ruimer dan de wettekst op het eerste gezicht suggereert. Sena schrijft zelf op haar pagina met vragen voor muziekmakers: "Als je een dj/producer of elektronische muzikant bent en je je eigen muziek op een DAW (digital audio workstation) maakt, dan ben voor Sena een uitvoerende kunstenaar." Wie in een DAW een track bouwt, meldt zich daar dus aan als uitvoerende en niet als producent; als producent merkt Sena de partij aan die financieel en eindverantwoordelijk is voor de opname en eigenaar van de mastertape is (Sena, veelgestelde vragen voor muziekmakers, geraadpleegd 27 augustus 2026).

Dat verplaatst de vraag naar de rand van het spectrum. Een producer die gerenderde stems selecteert, bewerkt, arrangeert en mixt in een DAW valt naar die praktijk aan de uitvoerendenkant, ook al is geen enkele noot ingespeeld. Pas bij het geval uit de eerste alinea, waarin een afgeronde master wordt ingekocht en niemand aan de opname heeft vormgegeven, is er niemand meer over om die kant te vullen. Hoe Sena dat laatste geval behandelt, is niet publiek bevestigd, en zolang dat zo is, is de uitkomst voor volledig ingekochte renders onbeslist in plaats van vastgesteld.


Artikel 7 lid 4 verdeelt de vergoeding in twee gelijke helften

Artikel 7 lid 1 bepaalt dat een voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram zonder toestemming mag worden uitgezonden of op andere wijze openbaar gemaakt, mits daarvoor een billijke vergoeding wordt betaald. Twee begrenzingen zijn hier van belang. De regeling geldt niet voor het beschikbaar stellen voor het publiek zelf, zodat on-demand streaming langs licenties loopt en niet langs artikel 7. En lid 2 rekent een fonogram dat alleen online beschikbaar is gesteld wel mee als commercieel uitgebracht, zodat uitzending en openbaarmaking daarvan onder de regeling vallen.

Lid 4 is de bepaling waar het vandaag om draait: de vergoeding "komt toe aan zowel de uitvoerende kunstenaar als de producent of hun rechtverkrijgenden en wordt tussen hen gelijkelijk verdeeld". Artikel 15 legt de inning bij één door de minister aangewezen organisatie, in Nederland Sena, en schrijft voor dat de verdeling gebeurt volgens een reglement dat door het College van Toezicht is goedgekeurd.

Uit die twee definities samen volgt voor een volledig gerenderde opname dat alleen de producentenhelft een rechthebbende aanwijst. Dat is een conclusie uit de wettelijke definities en niet een uitdrukkelijke wettelijke regel of een door Sena bevestigd standpunt voor synthetische opnamen; over dat geval zegt de wet niets met zoveel woorden. Wat er vervolgens gebeurt met de uitvoerendenhelft die niemand kan claimen, wordt bepaald door het repartitiereglement van artikel 15 lid 3, niet door het contract tussen label en producer. Voor het label en de producer volgt daar één praktische regel uit: de verleiding om het veld toch te vullen met een naam die niets heeft gespeeld, levert een onjuiste opgave op bij een organisatie die onder toezicht staat. Wat zo'n opgave later waard is, hangt af van de vastlegging in het maakproces; die kant is eerder behandeld in het stuk over promptlogs, projectbestanden en de werkaanmelding.


De gemengde opname is het normale geval

Volledig gerenderde releases zijn voorlopig de uitzondering. Het gewone geval is een menselijke leadstem boven een gerenderde backing, een ingespeelde gitaar naast een gegenereerde strijkerslaag, of één vervangen partij in een verder normaal opgenomen track. Voor die opnamen bestaat er wel degelijk een uitvoerende kunstenaar, namelijk voor de partijen die een mens heeft gespeeld of gezongen.

De repartitie werkt per track vanuit de opgegeven bezetting, en die opgave heeft een lange staart. Sena keert gereserveerde vergoedingen voor gedraaid repertoire uit met een terugwerkende kracht van drie jaar, wijzigt claims en verdeelsleutels wanneer er bijvoorbeeld extra rechthebbenden bekend worden, en kan ten onrechte uitgekeerde bedragen binnen vijf jaar na uitbetaling terugvorderen of verrekenen met volgende uitkeringen, op grond van haar repartitiereglement (repartitiereglement, geraadpleegd 27 augustus 2026). Twee situaties horen daarbij uit elkaar te worden gehouden: een uitvoerende die wel bestaat maar nog niet is geïdentificeerd, en een opname waarop aan de uitvoerendenkant helemaal geen recht is ontstaan. Alleen het eerste geval is een zoekprobleem; het tweede is een kwalificatievraag. Een opgave die niet klopt, verdwijnt dus niet na één afrekening. Leg per stem vast wie speelde, wanneer en met welk gereedschap, en houd de gerenderde partijen daarin apart zichtbaar. Wie tekent voor een partij die niet is gespeeld, komt in dezelfde knoop terecht als in de zaak van de drummer die nooit speelde.


Wat artikel 50 van de AI-verordening sinds 2 augustus 2026 regelt

Sinds 2 augustus 2026 gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50 van de AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689), de datum die artikel 113 als algemene toepassingsdatum aanwijst. Artikel 50 lid 2 verplicht aanbieders van AI-systemen die synthetische audio genereren ervoor te zorgen dat de uitvoer machinaal leesbaar gemarkeerd is en herkenbaar als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. Die verplichting kent grenzen: zij geldt niet voor systemen die een ondersteunende functie voor standaardbewerking vervullen en evenmin wanneer de uitvoer de door de gebruiker aangeleverde input of de betekenis daarvan niet wezenlijk verandert. Lid 4 legt een informatieplicht bij wie een deepfake inzet. Maakt de inhoud deel uit van een kennelijk artistiek, creatief, satirisch of fictief werk, dan blijft die plicht bestaan en wordt zij beperkt tot het op passende wijze bekendmaken dat de inhoud gegenereerd of gemanipuleerd is, op een manier die de weergave of het genot van het werk niet belemmert.

Die verplichtingen gaan over markering en niet over aanspraak: artikel 50 verschuift geen cent in de verdeling van artikel 7 WNR, het schrijft markering voor. Wat zij wel doen, is bewijs produceren. Naarmate markering in bestanden en distributieketens standaard wordt, kan zij relevant bewijs opleveren over welke opnamen gerenderd zijn, en dat bewijs is bruikbaar in de repartitie en in de garanties die een label van zijn producers vraagt. Die garantiekant is uitgewerkt in het stuk over garantie en vrijwaring bij AI-gereedschap in de leveringsketen.


Zes vastleggingen voor een track met gerenderde partijen

De vragen hieronder horen bij de oplevering van elke track, niet bij het conflict achteraf.

  1. Wie is producent van het fonogram in de zin van artikel 1 onder d: één genoemde partij per opname, met datum van de eerste vastlegging.
  2. Wie heeft feitelijk uitgevoerd, per stem, met naam, instrument of stemtype en opnamedatum.
  3. Welke partijen zijn gerenderd, met welk gereedschap en onder welke licentievoorwaarden.
  4. Wie doet de aanmelding en welke bezetting wordt daarbij opgegeven, met wie die opgave controleert.
  5. Hoe de producentenhelft intern wordt verdeeld tussen label, producer en eventuele financier.
  6. Welke garantie de leverancier van gerenderde partijen geeft over trainingsmateriaal, en of markering conform artikel 50 wordt meegeleverd.

Voor wie deze zes punten tegen een bestaand producer- of labelcontract wil leggen: de contractscan van MusicaJuridica leest zo'n contract na op de rechtenketen, de aanmelding en de garantiebepalingen. Voor de aanmelding zelf blijft de opgave van de rechthebbende leidend; het contract kan die opgave sturen, niet vervangen.

De discussie over de status van gegenereerde muziek wordt meestal gevoerd op het niveau van het auteursrecht. De vergoeding van artikel 7 WNR laat zien dat er een tweede laag onder ligt die eerder concreet wordt, want daar wordt elk kwartaal echt geld verdeeld over velden die iemand heeft ingevuld.