Twee seconden geluid, twee toestemmingen: sampleclearance na het pastiche-arrest

Om half twee 's nachts valt het fragment eindelijk op zijn plek: twee seconden ademruimte uit een oude opname, een halve toon omlaag, omgekeerd en onder de nieuwe drums geschoven. In de studio heet dat een vondst. In de weken daarna is het een dossier, want die twee seconden dragen twee verschillende rechten die los van elkaar geregeld moeten worden — dezelfde tweedeling die bij een remix speelt, alleen zonder de bestaande relatie die daar meestal wél bestaat. Sinds het Hof van Justitie op 14 april 2026 voor het eerst uitlegde wat het begrip pastiche in het Europese auteursrecht inhoudt, is die opgave beter te plannen geworden — al ligt de uitkomst nog steeds bij de rechter en niet bij de producer.

Vioolbouwersbank met links een oude amberkleurig geverniste vioolbodem met een ruitvormig gat en rechts een nieuw blank esdoornhouten blad waarin datzelfde donkere stuk hout in een uitgestoken ruitvormige uitsparing wordt gezet


Herkenbaarheid trekt al jaren de scheidslijn

De basis ligt in het arrest dat het Hof in zaak C-476/17 wees op 29 juli 2019, in het slepende conflict tussen Kraftwerk en producer Moses Pelham over een ritmefragment van ongeveer twee seconden. Het Hof oordeelde dat het overnemen van zelfs een zeer kort fragment uit een opname een verveelvoudiging van dat fonogram is, waarvoor de producent toestemming moet geven. Eén uitweg bleef open: wie een fragment zó bewerkt dat het bij het beluisteren niet meer herkenbaar is, gebruikt het fonogram niet langer. Datzelfde arrest sloot twee comfortabele achterdeuren: het citaatrecht vraagt om een aanwijsbare dialoog met het geciteerde werk, en lidstaten mogen geen eigen, ruimere uitzonderingen bijmaken buiten de Europese lijst om.

Die maatstaf geldt precies één recht: het reproductierecht van de fonogrammenproducent. Wie een fragment tot onherkenbare textuur vermaalt, ontsnapt daarmee aan dat ene loket — maar niet automatisch aan het auteursrecht op de compositie, aan de rechten van de uitvoerenden of aan wat er contractueel over de bron is afgesproken. En omgekeerd is herkenbaar gebruik niet meteen verboden gebruik: daarvoor bestaan nu juist de wettelijke uitzonderingen. Precies in dat middengebied zit het werk waar de meeste artiesten iets mee willen.


Wat het Hof in april aan pastiche heeft toegevoegd

Diezelfde zaak keerde terug via het Duitse Bundesgerichtshof, en op 14 april 2026 gaf het Hof in zaak C-590/23 antwoord op de vraag wat pastiche precies is. Het begrip is een zelfstandig Unierechtelijk begrip en geen restcategorie voor hergebruik dat nergens anders onder valt. De voorwaarden gelden cumulatief: het nieuwe werk roept ten minste één bestaand werk op, het vertoont daarbij waarneembare verschillen, en het gaat met dat werk een herkenbare artistieke of creatieve dialoog aan door karakteristieke beschermde elementen daarvan openlijk en herkenbaar te gebruiken. Die dialoog mag de vorm hebben van openlijke stijlnabootsing, van een hommage of van een humoristische of kritische omgang met het origineel. Verhullen werkt hier tegen u: wie de herkomst wegpoetst, verliest juist het kenmerk waarop de uitzondering rust.

Twee dingen zijn voor de muziekpraktijk direct van belang. Ten eerste hoeft niemand te bewijzen dat de maker bedoelde een pastiche te maken; het gaat erom of dat karakter objectief herkenbaar is voor wie het oorspronkelijke werk kent. Ten tweede levert de uitspraak geen vrijbrief op: hergebruik zonder die dialoog blijft gewoon toestemmingsplichtig. Nederland kent de uitzondering in artikel 18b van de Auteurswet, dat karikatuur, parodie en pastiche toestaat voor zover dat naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is; voor de naburige rechten van uitvoerenden en producenten geldt een overeenkomstige beperking.

De verleiding is groot om dit als clearance-route te lezen. Dat is het niet. Een beroep op pastiche wordt achteraf beoordeeld, per geval, door een rechter die naar het resultaat luistert. Een release plannen op een wettelijke uitzondering geeft een andere zekerheid dan een release plannen op een handtekening. De uitspraak geeft wel een scherper vocabulaire voor het gesprek met de rechthebbende, omdat nu benoembaar is welk gebruik binnen de uitzondering zou kunnen vallen en welk gebruik zeker niet.


Twee toestemmingen, twee gesprekken

Ook met dat arrest in de hand blijft de kern van sampleclearance ongewijzigd: één fragment, twee rechthebbenden. De opname is beschermd via de Wet op de naburige rechten; daar zit het recht van de fonogrammenproducent, in de praktijk het label of de rechtsopvolger die de catalogus heeft gekocht. De compositie zit bij de auteurs, en afhankelijk van de gesloten contracten bij hun uitgever. Dat zijn twee onderhandelingen met een eigen tempo, een eigen prijs en vaak een eigen antwoordtermijn van weken. Er staat nog een derde groep achter dat eerste loket: de uitvoerende kunstenaars op de oorspronkelijke opname hebben eigen naburige rechten, en of die zijn meegeleverd hangt af van de rechtenketen van het label. Vraag dus niet alleen om toestemming, maar ook om de garantie dat de licentiegever die rechten daadwerkelijk kan verlenen — zoals we eerder beschreven bij de buy-out van de sessiemuzikant.

Die tweede kant loopt zelden via de gebruikelijke licentiekanalen. Buma/Stemra licentieert het verveelvoudigen en openbaar maken van bestaand repertoire en verwijst voor samples uitdrukkelijk terug naar de rechthebbende zelf: de auteur, of de uitgever aan wie die zijn rechten heeft overgedragen. Die beslissing landt daarna in de verdeling van het nieuwe nummer. Wat u afspreekt kan een eenmalige vergoeding zijn, een aandeel in het nieuwe werk of een combinatie; wordt het een aandeel, dan loopt dat mee met de hele verdere exploitatie — en het hoort terug te komen in de splitsheet en in de werkaanmelding, niet alleen in een mailwisseling. Aan de masterkant ziet het er anders uit: daar is een eenmalige vergoeding gebruikelijk, soms met een klein royaltypunt, en altijd met een strak omschreven gebied, termijn en mediabereik.


Wat u weggeeft hangt af van wat u pakt

Hier helpt het om als muzikant te denken voordat u als jurist denkt. Neemt u een break — vier tellen drums, kamergeluid, tapecompressie — dan zit uw grootste blootstelling bij het fonogram, want juist die opname wilde u hebben. Dat maakt het ritme nog niet vogelvrij: in de Duitse zaak werd de overgenomen ritmesequentie wel degelijk als beschermde muzikale expressie behandeld, en een herkenbaar patroon met eigen karakter kan auteursrechtelijk beschermd zijn. Neemt u drie noten van een hook, dan verschuift het zwaartepunt naar de compositie, al zegt het aantal noten op zichzelf niets: het gaat om oorspronkelijkheid en herkenbaarheid, en om wie de rechten in de keten daadwerkelijk houdt. Die verschuiving stuurt wel uw aanpak, want een breakbeat kunt u niet opnieuw inspelen zonder precies dat te verliezen wat u wilde; een hook wel.

Opnieuw inspelen — in de praktijk een interpolatie of replay — haalt daarmee één van de twee kanten weg. Er ontstaat een nieuwe opname, dus de fonogramproducent van het origineel komt er niet aan te pas. Speelt u daarbij beschermde compositorische elementen na — een melodie, een herkenbare harmonische wending, een karakteristiek motief — dan blijft de auteur of zijn uitgever nodig. Herbouwt u alleen een klank, een ritmisch idee of een productietruc zonder eigen oorspronkelijk karakter, dan is er niets te klaren; die grens is feitelijk en wordt per geval getrokken. Wie dat verwart, ontdekt het vaak pas bij de eerste afrekening, wanneer een aandeel opduikt dat in de begroting niet stond. Hetzelfde geldt bij bewerkingen die de bron nog altijd hoorbaar laten: pitchen en time-stretchen maken een fragment zelden onherkenbaar, en de maatstaf uit 2019 vraagt om beide tegelijk — gewijzigd én bij beluistering niet te herkennen.


Wat er vastligt voordat de release de deur uit gaat

  1. Een samplelog per track, bijgehouden tijdens de sessie: bron, tijdcode, duur, welke bewerking is toegepast en wie het materiaal aandroeg. Achteraf reconstrueren kost meer tijd dan het hele clearancetraject.
  2. Twee dossiers naast elkaar: de masterlicentie met gebied, termijn, media, sublicentie en doorverkoop voor sync, en het compositieaandeel met percentage, incasso en aanmelding.
  3. Sync en games apart benoemd. Een masterlicentie die alle media dekt is duur; achteraf clearen voor een campagne die al is verkocht, is duurder.
  4. Een vrijwaring die kant kiest: wie draagt de kosten van een takedown, en wat gebeurt er met de releasedatum als één van beide partijen niet op tijd tekent.
  5. Naamsvermelding en credits, ook waar de rechten commercieel zijn afgekocht. Persoonlijkheidsrechten volgen hun eigen regime: ze blijven bij de maker, maar van een deel ervan kan bij overeenkomst afstand worden gedaan, dus schrijf op wat er is afgesproken.
  6. De garantie in uw eigen distributieovereenkomst, die u vrijwel altijd laat verklaren dat alles is geklaard. Die zin ondertekent u vóór de eerste stream, niet erna.

Ligt er al een conceptlicentie op tafel terwijl de releasedatum vaststaat, dan geeft onze contractscan u kosteloos een eerste risicoprofiel van die tekst, zodat u weet welke artikelen aandacht vragen voordat u tekent. Sampleclearance is de variant waarin u onderhandelt met een partij die u niet kent en die niets van u nodig heeft.

Wat het arrest van april verandert, zit in het werk zelf. De uitzondering hangt aan wat een luisteraar die het origineel kent in de nieuwe opname hoort: gaat die opname openlijk om met karakteristieke elementen van de bron, of is de bron er stil onder geschoven. Een dossier maakt dat verschil niet, en een goede bedoeling evenmin. Wat het dossier wel doet, is de tweede route openhouden — wie de licenties op orde heeft, hoeft niet te hopen dat een rechter later meeluistert, en dat dossier wordt in de sessie geschreven of helemaal niet.

Bronnen geraadpleegd op 13 augustus 2026: HvJ EU 14 april 2026, C-590/23 (Pelham); HvJ EU 29 juli 2019, C-476/17 (Pelham); Auteurswet en Wet op de naburige rechten via wetten.overheid.nl.