Het maakproces wordt bewijsstuk: promptlogs, projectbestanden en de werkaanmelding

Een componist die deze week een nieuw werk aanmeldt, beantwoordt op het formulier dezelfde vragen als vorig jaar: titel, makers, verdeelsleutel. In vijf dagen tijd is er internationaal echter iets verschoven dat die routine gaat raken. Een rechtbank in München oordeelde dat een AI-muziekgenerator inbreuk maakte door op beschermde nummers te trainen, de Europese Commissie begon met het handhaven van transparantieverplichtingen voor AI-content, en de grootste Koreaanse muziekauteursorganisatie verving haar totaalverbod op AI-werken door een verklaringsplicht met bewaaradvies. De rode draad is steeds dezelfde vraag: hoe is dit werk gemaakt, en wie kan dat aantonen?

Pianola-leeskop met blanco geperforeerde notenrol die diagonaal naar een moderne archiefcassette loopt, met messing zegelstempel


Drie beslissingen in vijf dagen

Met het Münchense vonnis van 31 juli 2026 ligt er voor het eerst een Europese uitspraak ten gronde over AI-training met muziek: het Landgericht München I gaf de Duitse collectieve beheersorganisatie GEMA in eerste aanleg gelijk in haar inbreukzaak tegen Suno, dat zonder licentie op beschermde nummers had getraind. Het vonnis is niet onherroepelijk: Suno laat weten alle opties te bekijken, een hoger beroep inbegrepen. De rechtbank oordeelde bovendien over de concrete nummers die aan haar waren voorgelegd; zij besliste niet dat elke vorm van AI-training zonder licentie inbreuk oplevert. Twee dagen later, op 2 augustus, begon de Europese Commissie met het handhaven van de transparantieverplichtingen van de AI-verordening: regels die aanbieders en professionele gebruikers van bepaalde AI-systemen verplichten AI-content machineleesbaar te markeren en in specifieke situaties kenbaar te maken. Dat is een parallelle transparantielijn richting het publiek, geen aanmeldingsregel voor componisten. En op 4 augustus maakte de Koreaanse auteursrechtorganisatie KOMCA bekend dat zij haar registratieverbod introk en verving door een verklaringsplicht bij de werkaanmelding. Drie verschillende instrumenten, met één gedeelde consequentie voor makers: het maakproces zelf wordt een juridisch relevant feit.


Van vinkje naar verklaring

KOMCA is geen kleine speler. De organisatie incasseerde in 2024 omgerekend zo'n 306 miljoen dollar aan licentievergoedingen voor ruim 55.000 aangesloten componisten, arrangeurs, tekstschrijvers en publishers. Sinds maart 2025 eiste zij bij elke aanmelding een vinkje dat het werk volledig zonder AI tot stand kwam; één akkoordsuggestie uit een plug-in maakte een werk formeel al onregistreerbaar. Dat bleek onhoudbaar. De Koreaanse rekenkamer nam een steekproef van 8.540 songs van 29 veelaanmelders en concludeerde dat 60,9 procent waarschijnlijk met AI-hulp was gecomponeerd. Het verbod bestond op papier; de praktijk verklaarde massaal iets anders.

De nieuwe standaard volgt de lijn die het Amerikaanse Copyright Office in januari 2025 uitzette in zijn Part 2-richtsnoer: AI als gereedschap is toegestaan, AI als auteur niet. Wie aanmeldt, verklaart voortaan welke tools zijn gebruikt, in welk deel van het proces, en wat de eigen creatieve bijdrage was. Volgens de berichtgeving over de nieuwe standaard schrijft KOMCA geen bewijsstukken voor, maar beveelt zij makers dringend aan om DAW-projectbestanden, versiegeschiedenis, bladmuziek en promptlogs te bewaren, en behoudt zij zich het recht voor die stukken op te vragen; op een onjuiste verklaring staan volgens diezelfde berichtgeving inhouding van royalty's, terugvordering van uitgekeerde bedragen en beëindiging van de exploitatieovereenkomst.

Waarom zou een Nederlandse maker zich hier iets van aantrekken? Vanwege de architectuur van het collectieve beheer. KOMCA is aangesloten bij CISAC, het netwerk van ruim tweehonderd rechtenorganisaties in meer dan honderd landen die elkaars repertoire op basis van wederkerigheidscontracten vertegenwoordigen. Die vertegenwoordiging is geen automatisme: wat een zusterorganisatie van een registratie overneemt, hangt af van de onderlinge afspraken en de data-uitwisseling tussen de organisaties. Maar registratiegegevens reizen in dit netwerk wel degelijk met het repertoire mee, en een verklaringsstandaard die in Seoul wordt ingevoerd, kan zo ook buiten Korea relevant worden, Nederlands repertoire dat daar wordt geëxploiteerd inbegrepen.


De Nederlandse aanmelding krijgt dezelfde vraag

Nederland kent op dit moment geen verklaringsplicht over AI-aandeel bij de werkaanmelding. De onderliggende juridische toets bestaat hier al wel: de Auteurswet beschermt werken met een eigen oorspronkelijk karakter dat menselijke creatieve keuzes weerspiegelt, en een volledig gegenereerde track zonder wezenlijke menselijke bijdrage past daar niet in. Wie zo'n track toch als eigen werk aanmeldt en laat repartiëren, bouwt een terugvorderingsrisico op dat pas zichtbaar wordt wanneer een collega-maker, een publisher of een auditor vragen stelt. De Koreaanse cijfers laten zien hoe groot de stille voorraad van zulke aanmeldingen kan zijn. Het is verstandiger de vraag te beantwoorden voordat zij formeel wordt gesteld.

Voor de individuele maker is dit vooral een verduidelijking. Het verbodsmodel maakte eerlijke hybride makers onregistreerbaar; het verklaringsmodel maakt hen registreerbaar met een gedocumenteerd verhaal. Wie in de studio werkt zoals de meeste producers anno 2026 werken, met een generatieve ritmelaag hier en een eigen arrangement daar, heeft vooral belang bij een scherpe scheiding tussen wat de machine leverde en wat de mens koos. Over die scheiding in de context van credits en producerdeals schreven wij eerder naar aanleiding van de drummer die nooit speelde; de werkaanmelding voegt daar nu een tweede vindplaats aan toe waar dezelfde feiten moeten kloppen.


Het maakproces-dossier per track

Een bruikbaar dossier hoeft niet groot te zijn. Het moet per track zes dingen kunnen laten zien, vastgelegd op het moment van maken; een reconstructie achteraf overtuigt zelden:

  • Het projectbestand met versiegeschiedenis. De opeenvolgende sessieversies uit de DAW tonen wanneer welke laag ontstond en wie eraan werkte.
  • Prompt- en generatielogs. Welke tool, welke instructie, welke output, met datum. Veel generatoren bieden een exporteerbare historie.
  • De bronlijst. Samples, stems en presets met hun licentie of vrijwaring, inclusief wat de AI-tool zelf over trainingsdata en gebruiksrechten zegt.
  • De splitsheet die het AI-aandeel benoemt. Naast de verdeling tussen co-writers hoort er een regel over gegenereerd materiaal; de splitsheet vóór de ruzie blijft het goedkoopste bewijsstuk in het muziekrecht.
  • De eigen creatieve bijdrage in twee zinnen. Wat is gekozen, gemonteerd, herschreven of ingespeeld. Kort en feitelijk, geschreven terwijl het geheugen vers is.
  • De ingediende verklaring zelf. Een kopie van wat bij aanmelding, distributie of licentiëring over het maakproces is verklaard, zodat latere verklaringen consistent blijven.


Garanties in het contract verdienen een tweede lezing

De werkaanmelding is niet de enige plek waar het maakproces juridisch landt. Publishing-, label- en distributiecontracten bevatten vrijwel altijd een originaliteitsgarantie: de maker staat ervoor in dat het werk eigen schepping is en geen rechten van derden schendt. Na de Münchense uitspraak lezen die garanties anders. Trainingsdata kunnen een inbreukketen vormen waar de eindgebruiker part noch deel aan had, en zo'n garantie kan een claim daarover toch bij de maker neerleggen. Of dat gebeurt, hangt af van de concrete output, de voorwaarden van de gebruikte tool en de precieze garantie- en vrijwaringstekst in het contract; een inbreuk stroomopwaarts in de training maakt de output van de gebruiker niet automatisch inbreukmakend. Wie zijn lopende contracten wil laten doorlichten op AI-garanties, vrijwaringen en terugvorderingsclausules, kan daarvoor de contractscan gebruiken; die leest een bestaand contract na op precies dit soort stilzwijgende risicoverdelingen.

De pianola-rol registreerde honderd jaar geleden mechanisch hoe een uitvoering was opgebouwd, gat voor gat. Het maakproces-dossier is de hedendaagse variant: een controleerbaar spoor van keuzes waarop een verklaring kan steunen. De maker die dat spoor vandaag bijhoudt, meldt straks aan zonder aarzeling en staat aanzienlijk sterker wanneer er ooit vragen komen over zijn verklaring, zijn repartitie of een dreigende terugvordering. Bronnen zijn geraadpleegd op 5 augustus 2026.