Opt-out bij Buma/Stemra vóór 30 september 2026: vijf rechtencategorieën die een componist zelf kan beheren, artikel 2a Wtcbo, en waarom een lid geen 'rechtenvrije' opdrachtmuziek kan beloven

Een verzonnen maar herkenbaar voorbeeld: een gamestudio vraagt een componist om een score met wereldwijde buy-out en de zin "vrij van Buma/Stemra-claims". De componist is lid van BumaStemra en heeft zijn uitvoeringsrecht en mechanisch recht via het exploitatiecontract al aan de organisatie overgedragen. Die belofte kan hij dus niet nakomen: de studio heeft voor het gebruik nog steeds een licentie van BumaStemra nodig, en de componist heeft een garantie afgegeven die hij niet kan waarmaken. Wie dat zelf wil regelen, heeft bij BumaStemra één instrument, de opt-out per rechtencategorie, en het wijzigingsformulier daarvoor moet ieder jaar uiterlijk op 30 september binnen zijn.

Vijf categorieën, per categorie en niet per werk

BumaStemra kent vijf hoofdcategorieën die een lid uit zijn exploitatiecontract kan halen: events, RTV en simulcasting, achtergrondmuziek, mechanisch en online; alleen voor online kan per subcategorie worden gekozen. De opt-out per rechtencategorie geldt voor de hele catalogus van dat lid, dus wie mechanisch uitsluit om één game-score buy-out-proof te maken, haalt ook de synchronisatie van al zijn andere tracks bij Stemra weg. Daarnaast kan een lid zich voor een beperkt aantal landen aansluiten. Wijzigen kan jaarlijks met drie maanden opzegtermijn, waarna de nieuwe keuze bij de jaarwisseling ingaat.

Artikel 2a Wtcbo en artikel 5 Richtlijn 2014/26/EU

De regeling is de uitwerking van artikel 2a van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties, de omzetting van artikel 5 van Richtlijn 2014/26/EU: de rechthebbende kiest zelf welke organisatie welke rechten of categorieën voor welke landen beheert, mag zelf licenties verlenen voor niet-commercieel gebruik, en kan de machtiging geheel of gedeeltelijk beëindigen met een opzegtermijn van ten hoogste zes maanden. Bedragen voor gebruik van vóór de beëindiging blijven aan de rechthebbende toekomen.

Wat de opt-out doet met uitgever, co-writer en opdrachtgever

Een opt-out raakt de muziekuitgever, afhankelijk van wat aan hem is overgedragen en van de afrekenafspraken en een eventuele aansluit- of meldplicht in het publishingcontract; de co-writer, wiens aandeel bij BumaStemra blijft zodat de opdrachtgever alsnog een licentie nodig heeft; en de opdrachtgever, die pas na een effectieve opt-out, voor die categorieën en landen en voor zover de componist zelf over de rechten beschikt, een echte buy-out kan kopen. Voor wie de categorie-opt-out te grof is, bestaan vier kleinere regelingen: UGC-whitelisting bij volledig eigendom, Creative Commons voor niet-commercieel gebruik, eigen muziek op de eigen website en Eigen Werk in Eigen Beheer bij Stemra. Het artikel sluit af met zes vragen die een componist beantwoordt voordat het wijzigingsformulier vóór 30 september de deur uitgaat.

Read More

Niet uitbrengen is ook een keuze, en die keuze heeft een houdbaarheidsdatum

Drie albums staan nog op alle streamingdiensten, maar er wordt al jaren niets meer mee gedaan: geen heruitgave, geen vinyl, geen sync die ergens wordt aangeboden, geen afrekening en geen antwoord op mails. Artikel 25e van de Auteurswet geeft de maker in dat geval een eigen uitweg. Sinds de Wet versterking auteurscontractenrecht op 1 januari 2026 in werking trad, heet die uitweg geen ontbinding meer maar opzegging, geheel of gedeeltelijk, en telt het beëindigen van de exclusiviteit uitdrukkelijk als een gedeeltelijke opzegging. De bepaling is dwingend recht, werkt via de Wet op de naburige rechten ook voor uitvoerende musici, en kan dus niet worden weggeschreven in het contract, hoe oud dat ook is.

Waarom niemand er een beroep op doet

Toen dit hoofdstuk in 2015 in werking trad, betekende niet-exploiteren dat een plaat uit de handel was. Sindsdien kost het onderhouden van beschikbaarheid vrijwel niets meer. Een catalogus die op alle diensten staat levert de rechthebbende het verweer op dat het repertoire gewoon verkrijgbaar is, en dat verweer verstopt de stilstand. Het merkenrecht kwam hetzelfde probleem eerder tegen en loste het op met een maatstaf voor normaal gebruik: gebruik telt alleen wanneer het werkelijk commercieel is en niet alleen dient om het recht in stand te houden. Die redenering geldt niet rechtstreeks in het auteurscontractenrecht, en de mechanica verschilt wezenlijk, want een merk kan door een willekeurige derde worden doorgehaald terwijl alleen de maker zelf zijn eigen contract kan openbreken. De gedachte is bruikbaar: passieve beschikbaarheid is op zichzelf wel een exploitatiehandeling, maar bewijst niet dat er in voldoende mate wordt geëxploiteerd, en dat laatste is de maatstaf.

Gedeeltelijk terughalen werkt beter dan alles

Juist het gedeeltelijke deel is in de praktijk bruikbaar. Streaming loopt door, terwijl het sublicentiëren voor sync in acht jaar niet één keer gebeurde, het fysieke recht stilligt ondanks vraag naar een heruitgave zoals bij een eigen persing, of voor een heel gebied nooit een distributiepartner is aangesteld. Waar de wederpartij het recht wil houden maar er niets mee doet, kan het beëindigen van de exclusiviteit al genoeg zijn. Per exploitatievorm is de bewijsopgave smaller en scherper dan bij de stelling dat er in het geheel niets gebeurt. Voor dat bewijs bestaat sinds 7 juni 2022 de transparantieplicht van artikel 25ca, die ook geldt voor overeenkomsten die daarvoor al liepen: de wederpartij moet ten minste eenmaal per jaar actuele, relevante en volledige informatie geven over de exploitatie en de opbrengsten. Een opgave die drie jaar op rij dezelfde nul toont voor sync, fysiek en licenties is een objectief aanknopingspunt dat zwaarder weegt dan een reconstructie achteraf, en een opgave die uitblijft is zelf een feit. De plicht kent wel grenzen: zij geldt niet bij een niet-significante bijdrage, behoudens artikel 25d, en kan worden beperkt bij een aantoonbaar onevenredige administratieve last.

Twee brieven bepalen de uitkomst

Opzeggen gaat in twee stappen. Eerst stelt de maker schriftelijk een redelijke termijn waarbinnen de wederpartij alsnog kan gaan exploiteren; die stap mag alleen achterwege blijven voor zover exploitatie blijvend onmogelijk is. Die brief benoemt welke werken het betreft, welke exploitatievormen stilliggen, sinds wanneer, en wat er wordt verlangd. Loopt de termijn af, dan volgt de opzegging zelf, die de wet vormvast heeft gemaakt als een schriftelijke verklaring van de maker aan de wederpartij; de wederpartij of de derde moet daarna binnen een gestelde redelijke termijn het auteursrecht terugleveren. Komt er niets, dan is de geschillencommissie auteurscontractenrecht een lichter forum dan de rechter, maar geen vanzelfsprekendheid: de exploitant moet zijn aangesloten of alsnog instemmen, en na mislukte bemiddeling kan de commissie pas beslissen als beide partijen dat willen. Bij gezamenlijk auteursrecht op een ondeelbaar werk is bovendien in beginsel de toestemming van de andere makers nodig. Bij oudere internationale contracten telt daarnaast dat een rechtskeuze voor buitenlands recht dit hoofdstuk niet zomaar opzijzet wanneer de exploitatie in hoofdzaak in Nederland plaatsvindt.

Read More