Muziek schrijven in loondienst: wanneer uw werkgever volgens artikel 7 Auteurswet de maker is en wat artikel 3 WNR de musicus in dienst laat

Een gefingeerd voorbeeld: een componist werkt sinds 2023 in vaste dienst bij een Amsterdams bureau voor audio branding en gamegeluid. Haar functie is muziek maken voor klanten: jingles, geluidslogo's en soundtracks voor mobiele games. In het voorjaar van 2026 schrijft ze een geluidslogo van vier tonen voor een bank, ingespeeld op vibrafoon door een collega die als studiomuzikant bij hetzelfde bureau in dienst is. Na haar vertrek in september ziet ze het logo terug in een tv-campagne en in een app van een tweede klant, zonder dat iemand haar iets heeft gevraagd. Ze wil weten of zij als schrijver nog iets te zeggen heeft, en haar collega vraagt hetzelfde over zijn opname.

Twee handen met elk twee gele mallets boven de aluminium klankstaven van een moderne vibrafoon met goudkleurige resonatorbuizen, in een lichte opnameruimte met daglicht en houten akoestische panelen

De compositie van het geluidslogo valt onder artikel 7 Auteurswet, de opname op vibrafoon onder artikel 3 WNR.


Wat artikel 7 Auteurswet bepaalt: de werkgever geldt als maker van muziek die tot uw functie hoort

Het antwoord begint bij artikel 7 van de Auteurswet. Als de arbeid die iemand in dienst van een ander verricht bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken, dan geldt degene in wiens dienst de werken zijn gemaakt als maker, tenzij partijen iets anders hebben afgesproken. Het auteursrecht ontstaat dan direct bij de werkgever. Er gaat niets over en er hoeft geen akte te worden getekend.

Voor die regel moeten drie dingen tegelijk kloppen. Er is een dienstverband, in de praktijk een arbeidsovereenkomst. Het maken van dit soort muziek hoort bij de functie. En er is geen afwijkende afspraak. In het voorbeeld is aan alle drie voldaan: de componist is in dienst aangenomen om voor klanten te componeren, en haar contract zegt over auteursrecht niets. Het bureau is daarmee de maker van het geluidslogo en mag het in licentie geven aan wie het wil, ook na haar vertrek.

Wat buiten de functie valt, blijft bij de schrijver. Een liedje dat zij in het weekend thuis schrijft voor haar eigen band valt niet onder artikel 7, ook niet als het melodisch op een jingle lijkt. Lastiger zijn de randgevallen: een muziekdocent die liedjes voor zijn lesmethode schrijft, of een producer in dienst die na werktijd met de studioapparatuur van de werkgever eigen tracks maakt. Bij de gangbare uitleg weegt dan vooral wat de functieomschrijving en de feitelijke taken inhouden. Het gebruik van de apparatuur of de werkplek van de werkgever maakt een werk op zichzelf nog geen werk in dienst.


Waarom een freelance componist met een opdracht zijn auteursrecht houdt (artikel 2 Auteurswet)

Had het bureau de componist als zzp'er ingehuurd, dan was de uitkomst anders geweest. Een opdracht is geen dienstverband, dus artikel 7 is niet van toepassing. De freelancer blijft maker en rechthebbende. Wil de opdrachtgever het auteursrecht overgedragen krijgen, dan moet de overeenkomst volgens artikel 2, derde lid, Auteurswet schriftelijk worden aangegaan, en voor de levering is daarnaast een daartoe bestemde akte nodig. De overdracht omvat alleen de bevoegdheden die uitdrukkelijk in de overeenkomst staan of die uit de aard en strekking ervan noodzakelijkerwijs voortvloeien. Een exclusieve licentie moet ook schriftelijk worden aangegaan, maar daarbij blijft het auteursrecht bij de freelancer; de opdrachtgever krijgt alleen het exclusieve gebruik.

Zonder schriftelijke afspraak kan een rechter uit de opdracht wel een gewone licentie afleiden voor het gebruik waarvoor de muziek bestemd was, bijvoorbeeld de campagne van de eerste klant. Een tweede klant valt daar meestal niet zonder meer onder. Bij reclamemuziek speelt bovendien een eigen regel: het vermoeden van overdracht bij filmwerken geldt niet voor muziek, zoals we eerder uitlegden in het stuk over synclicenties voor een reclamespot en artikel 45d Auteurswet.


Wat de componist in dienst mist: de beschermingsregels van het auteurscontractenrecht (artikel 25b, derde lid)

Artikel 7 heeft ook gevolgen voor de vergoeding. Hoofdstuk Ia van de Auteurswet, het auteurscontractenrecht, beschermt makers die exploitatierechten verlenen. Volgens artikel 25b, derde lid, is dat hoofdstuk uitdrukkelijk niet van toepassing op de maker van artikel 7 en artikel 8. De werkgever kan er dus geen beroep op doen, en de componist in dienst evenmin, omdat zij voor de wet geen maker is.

Concreet betekent dit dat de componist in dienst, voor de werken waarvan artikel 7 de werkgever als maker aanwijst, geen beroep heeft op de billijke vergoeding van artikel 25c, op de aanvullende vergoeding bij een onevenredig lage vergoeding van artikel 25d, en op de opzegging wegens onvoldoende exploitatie van artikel 25e. Haar salaris is de vergoeding. Staat de vergoeding van een freelancer, gelet op wat beide partijen hebben geleverd, in onevenredige verhouding tot de opbrengst van de exploitatie, dan kan hij met artikel 25d een aanvullende vergoeding vorderen. Een werknemer voor wie artikel 7 de werkgever als maker aanwijst, kan dat op grond van de Auteurswet niet. Wil zij meedelen in succes, dan moet dat in de arbeidsovereenkomst staan.

Artikel 8 voegt daar een verwante regel aan toe. Maakt een vennootschap, stichting of vereniging een werk openbaar als van haar afkomstig, zonder een natuurlijk persoon als maker te vermelden, dan geldt zij als maker, tenzij wordt bewezen dat die openbaarmaking onrechtmatig was. Voor een bureau dat muziek uitbrengt zonder componistenvermelding is dat een tweede grond. Een componist die zonder naamsvermelding werkt, maakt het de werkgever daarmee makkelijker om het makerschap op te eisen.


Musici in dienst: wat artikel 3 WNR de werkgever toestaat en welke vergoeding de muzikant houdt

Voor de vibrafonist uit het voorbeeld geldt een andere wet. Zijn opname valt onder de Wet op de naburige rechten, en die kent geen regel die de werkgever tot rechthebbende maakt. Artikel 3 WNR bepaalt dat de werkgever bevoegd is de rechten van de uitvoerende kunstenaar te exploiteren voor zover dat is overeengekomen of voortvloeit uit de aard van de arbeidsovereenkomst, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid. De muzikant blijft dus zelf rechthebbende. De werkgever krijgt een bevoegdheid tot gebruik.

Daar staat iets tegenover. Tenzij anders is overeengekomen of uit de aard van de overeenkomst, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid anders voortvloeit, is de werkgever de muzikant een billijke vergoeding verschuldigd voor iedere vorm van exploitatie van diens rechten. Bovendien moet de werkgever de persoonlijkheidsrechten van artikel 5 WNR eerbiedigen, zoals het recht op naamsvermelding. Dat de opname van het geluidslogo voor de bank is gemaakt, past bij de aard van zijn werk. Of hergebruik in een app van een tweede klant daar ook onder valt, en of hij daarvoor iets extra's krijgt, hangt af van wat er over exploitatie is afgesproken. Over de toestemming die een muzikant buiten dienstverband geeft, schreven we eerder in het stuk over een festival dat een optreden wil opnemen en livestreamen.

Hetzelfde geluidslogo kent dus twee regimes. De compositie is van het bureau. De uitvoering blijft van de vibrafonist, met een gebruiksbevoegdheid voor het bureau en in beginsel een vergoeding per vorm van exploitatie. Wie in één studio componisten en muzikanten in dienst heeft, moet beide in de arbeidsovereenkomst regelen.


Zes afspraken in de arbeidsovereenkomst van een componist, producer of studiomuzikant

  1. Functieomschrijving. Noem welke muziek tot de functie hoort (jingles, gamesoundtracks, lesmateriaal) en welke niet, zoals eigen artiestenwerk en bandrepertoire.
  2. Afwijking van artikel 7. Wil de componist maker blijven van bepaalde werken, leg dat schriftelijk vast. Artikel 7 laat die afwijking uitdrukkelijk toe.
  3. Buma/Stemra-aanmelding. Spreek af wie werken aanmeldt en aan wie de uitkeringen toekomen. Zonder afspraak bepaalt artikel 7 wie rechthebbende is.
  4. Naamsvermelding. Leg vast of en hoe de componist en de muzikant worden vermeld bij campagnes, games en releases.
  5. Exploitatie en vergoeding van opnames. Omschrijf welk gebruik van opnames binnen artikel 3 WNR valt en of de billijke vergoeding in het salaris zit of per gebruik wordt betaald.
  6. Einde dienstverband. Regel wat er gebeurt met schetsen en demo's die nog niet zijn gebruikt, en of de werkgever die later mag laten afmaken of bewerken.

Wie in dienst gaat bij een bureau, een game-studio of een productiehuis, of zelf muzikanten in dienst neemt, kan de opdrachtbevestiging of het muziekcontract dat erbij hoort eerst door onze contractscan laten halen. Voor andere contracttypen, zoals een gewone arbeidsovereenkomst, controleert de scan eerst of hij geschikt is. Werkt u als freelancer voor zo'n bureau, dan helpt de muziekcontracten-generator u op weg naar een eigen overeenkomst.

Bronnen (geraadpleegd op 29 oktober 2026): Auteurswet, artikelen 2, 7, 8, 25b tot en met 25e, via wetten.overheid.nl; Wet op de naburige rechten, artikelen 3 en 5, via wetten.overheid.nl. Het voorbeeld is gefingeerd. Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies voor een concrete situatie.