Wie is eigenaar van de videoclip bij uw nummer: de regisseur, het label of de artiest? Wat artikel 45a en 45d Auteurswet en artikel 4 WNR regelen

Een zangeres neemt met haar label een single op. Het label financiert en organiseert de videoclip, een regisseur draait hem in twee dagen, en de clip doet het goed. Vijf jaar later is het platencontract afgelopen en wil de zangeres de clip op haar tour en op haar eigen kanaal laten zien. Het label zegt dat de clip van het label is. De regisseur zegt dat hij nooit iets heeft overgedragen, want er zijn alleen een offerte en een factuur. Wie heeft gelijk?

De videoclip als filmwerk (artikel 45a en 45d Auteurswet)

Een videoclip is een filmwerk in de zin van artikel 45a Auteurswet: een vastgelegde reeks beelden met geluid. De makers zijn de regisseur en de anderen die een creatieve bijdrage leveren, zoals de cameraman en de editor. De producent is degene die verantwoordelijk is voor de totstandbrenging met het oog op de exploitatie. Dat hangt af van de feitelijke rolverdeling; organiseert en financiert het label de clip en brengt het hem uit, dan zal het label vaak de producent zijn. Volgens artikel 45d geldt een wettelijk vermoeden van overdracht: zonder andersluidende schriftelijke afspraak worden de makers geacht hun exploitatierechten aan de producent te hebben overgedragen. Zij houden recht op een billijke vergoeding, waarvan zij geen afstand kunnen doen, en op vermelding van hun naam.

Het nummer, de master en het optreden van de artiest (artikel 4 WNR)

Het vermoeden geldt niet voor de componist en de tekstdichter van muziek die voor de film is gemaakt. Een bestaande song zit sowieso niet in het pakket: voor de compositie is een synchronisatielicentie nodig, en voor het opnemen van de master in de clip de toestemming van de producent van het fonogram. Voor de artiest zelf ligt het anders. Artikel 4 Wet op de naburige rechten verklaart de filmregels van de Auteurswet van toepassing op een uitvoering die voor een filmwerk bestemd is. Wie in de eigen clip zingt, wordt dus ook geacht de rechten op dat optreden aan de producent te hebben overgedragen. Voor de audio-opname van dezelfde song moet een overdracht juist schriftelijk worden overeengekomen, met een akte voor de levering (artikel 9 WNR). Wie aan het einde van een platencontract alleen naar de masterrechten kijkt, ziet de clip over het hoofd.

Het artikel loopt de regels van artikel 45a tot en met 45g na en sluit af met zes afspraken voor een clipcontract tussen label, artiest en regisseur, van de vraag wie de producent is tot het gebruik van de clip na afloop van de deal.

Read More

Synclicentie voor een reclamespot: waarom artikel 45d Auteurswet de muziek uitzondert van het vermoeden van overdracht

Een reclamespot is voor de Auteurswet een filmwerk, en dat brengt een bijzondere regeling mee. Artikel 45d lid 1 laat de makers van een filmwerk geacht worden hun exploitatierechten aan de producent te hebben overgedragen, ook zonder akte, tenzij schriftelijk anders is afgesproken. Voor de regisseur en de cameraman is de rechtenpositie daarmee in beginsel geregeld. Voor de muziek niet: de tweede volzin van dezelfde bepaling zondert de maker van de muziek en de maker van de bijbehorende tekst uitdrukkelijk uit. Bij bestaand repertoire speelt bovendien dat een componist uit 2019 geen maker is van een spot uit 2026 en dus hoe dan ook buiten het artikel valt.

Vier partijen, twee rechtenstrengen

De compositiekant loopt via de componist, de tekstschrijver en de uitgever. De opname staat daar zelfstandig naast: artikel 6 lid 1 sub a van de Wet op de naburige rechten geeft de fonogramproducent het uitsluitend recht op reproductie van zijn fonogram, en artikel 2 lid 1 sub b geeft de uitvoerende kunstenaar hetzelfde recht ten aanzien van de opname van zijn uitvoering. Een bestaande opname onder beeld zetten is een reproductie. De synclicentie voor een reclamespot vraagt daarom toestemming aan beide kanten van het nummer, en de vergoedingsregeling van artikel 7 WNR vult dat gat niet, omdat die op openbaarmaking ziet en niet op reproductie.

Waarom een Buma-licentie de zaak niet afdekt

Buma int voor de openbaarmaking van muziekwerken, het recht dat wordt aangesproken wanneer de omroep of het platform de spot vertoont. Stemra beheert het verveelvoudigingsrecht, waaronder het samenbrengen van muziek met beeld. Voor reclamegebruik loopt de aanvraag langs de rechthebbende zelf, die toestemming kan weigeren. Het bureau dat op de uitzendlicentie van de omroep vertrouwt, mist precies de kant die in reclame het meeste kost.

De grens die geen clausule wegneemt

In een spot wordt vrijwel altijd gesneden, verschoven en soms opnieuw ingezongen. Van het recht van artikel 25 lid 1 sub c Auteurswet om zich tegen wijzigingen te verzetten kan de componist afstand doen. Van sub d, het recht zich te verzetten tegen aantasting die zijn eer of naam kan schaden, noemt lid 3 geen afstandsmogelijkheid. Een clausule waarin de componist afstand doet van al zijn persoonlijkheidsrechten reikt op dat punt niet zo ver als zij belooft. Dit artikel loopt de zes punten langs die een reclamesync vastlegt: werk en opname, de tekenende partijen, de gebruiksvormen, termijn en territorium met een prijs voor verlenging, de bewerkingsvrijheid en haar grens, en exclusiviteit.

Read More