Drie albums staan nog op alle streamingdiensten, maar er wordt al jaren niets meer mee gedaan: geen heruitgave, geen vinyl, geen sync die ergens wordt aangeboden, geen afrekening en geen antwoord op mails. Artikel 25e van de Auteurswet geeft de maker in dat geval een eigen uitweg. Sinds de Wet versterking auteurscontractenrecht op 1 januari 2026 in werking trad, heet die uitweg geen ontbinding meer maar opzegging, geheel of gedeeltelijk, en telt het beëindigen van de exclusiviteit uitdrukkelijk als een gedeeltelijke opzegging. De bepaling is dwingend recht, werkt via de Wet op de naburige rechten ook voor uitvoerende musici, en kan dus niet worden weggeschreven in het contract, hoe oud dat ook is.
Waarom niemand er een beroep op doet
Toen dit hoofdstuk in 2015 in werking trad, betekende niet-exploiteren dat een plaat uit de handel was. Sindsdien kost het onderhouden van beschikbaarheid vrijwel niets meer. Een catalogus die op alle diensten staat levert de rechthebbende het verweer op dat het repertoire gewoon verkrijgbaar is, en dat verweer verstopt de stilstand. Het merkenrecht kwam hetzelfde probleem eerder tegen en loste het op met een maatstaf voor normaal gebruik: gebruik telt alleen wanneer het werkelijk commercieel is en niet alleen dient om het recht in stand te houden. Die redenering geldt niet rechtstreeks in het auteurscontractenrecht, en de mechanica verschilt wezenlijk, want een merk kan door een willekeurige derde worden doorgehaald terwijl alleen de maker zelf zijn eigen contract kan openbreken. De gedachte is bruikbaar: passieve beschikbaarheid is op zichzelf wel een exploitatiehandeling, maar bewijst niet dat er in voldoende mate wordt geëxploiteerd, en dat laatste is de maatstaf.
Gedeeltelijk terughalen werkt beter dan alles
Juist het gedeeltelijke deel is in de praktijk bruikbaar. Streaming loopt door, terwijl het sublicentiëren voor sync in acht jaar niet één keer gebeurde, het fysieke recht stilligt ondanks vraag naar een heruitgave zoals bij een eigen persing, of voor een heel gebied nooit een distributiepartner is aangesteld. Waar de wederpartij het recht wil houden maar er niets mee doet, kan het beëindigen van de exclusiviteit al genoeg zijn. Per exploitatievorm is de bewijsopgave smaller en scherper dan bij de stelling dat er in het geheel niets gebeurt. Voor dat bewijs bestaat sinds 7 juni 2022 de transparantieplicht van artikel 25ca, die ook geldt voor overeenkomsten die daarvoor al liepen: de wederpartij moet ten minste eenmaal per jaar actuele, relevante en volledige informatie geven over de exploitatie en de opbrengsten. Een opgave die drie jaar op rij dezelfde nul toont voor sync, fysiek en licenties is een objectief aanknopingspunt dat zwaarder weegt dan een reconstructie achteraf, en een opgave die uitblijft is zelf een feit. De plicht kent wel grenzen: zij geldt niet bij een niet-significante bijdrage, behoudens artikel 25d, en kan worden beperkt bij een aantoonbaar onevenredige administratieve last.
Twee brieven bepalen de uitkomst
Opzeggen gaat in twee stappen. Eerst stelt de maker schriftelijk een redelijke termijn waarbinnen de wederpartij alsnog kan gaan exploiteren; die stap mag alleen achterwege blijven voor zover exploitatie blijvend onmogelijk is. Die brief benoemt welke werken het betreft, welke exploitatievormen stilliggen, sinds wanneer, en wat er wordt verlangd. Loopt de termijn af, dan volgt de opzegging zelf, die de wet vormvast heeft gemaakt als een schriftelijke verklaring van de maker aan de wederpartij; de wederpartij of de derde moet daarna binnen een gestelde redelijke termijn het auteursrecht terugleveren. Komt er niets, dan is de geschillencommissie auteurscontractenrecht een lichter forum dan de rechter, maar geen vanzelfsprekendheid: de exploitant moet zijn aangesloten of alsnog instemmen, en na mislukte bemiddeling kan de commissie pas beslissen als beide partijen dat willen. Bij gezamenlijk auteursrecht op een ondeelbaar werk is bovendien in beginsel de toestemming van de andere makers nodig. Bij oudere internationale contracten telt daarnaast dat een rechtskeuze voor buitenlands recht dit hoofdstuk niet zomaar opzijzet wanneer de exploitatie in hoofdzaak in Nederland plaatsvindt.
Read More