Een hit maakt het oude contract weer onderhandelbaar

Een instrumental die in 2019 voor duizend euro werd weggetekend, draagt in 2026 de openingsscène van een streamingserie en haalt in vier maanden meer streams dan de rest van de catalogus bij elkaar. De maker die zijn oude contract terugleest, ziet een vast bedrag en een volledige overdracht, en concludeert vaak dat het verhaal daar ophoudt. De Auteurswet trekt sinds 2015 een andere conclusie: artikel 25d, de bestsellerbepaling, geeft makers en via de Wet op de naburige rechten ook uitvoerende kunstenaars een vorderingsrecht op een aanvullende billijke vergoeding wanneer de afgesproken vergoeding onevenredig blijkt naast de werkelijke opbrengst van de exploitatie.

Van ernstige onevenredigheid naar onevenredigheid

Bij de implementatie van de DSM-richtlijn in 2021 is de drempel verlaagd: de eis van een "ernstige" onevenredigheid verdween uit de wettekst. Een buy-out die bij het tekenen redelijk was, kan door een synclicentie en een virale zomer alsnog scheef komen te staan. Dat de scheefgroei pas later ontstaat, sluit een beroep niet uit; bij catalogusoverdracht bepaalt het ontstaansmoment wel wie kan worden aangesproken. De ketenbepaling van het tweede lid laat de vordering bovendien meereizen met de rechten: wie zijn oude label de catalogus aan een fonds zag verkopen, kan de derde-verkrijger aanspreken voor zover de opbrengst daar terechtkomt en de scheefgroei ná die overdracht is ontstaan.

De jaaropgave als bewijsmotor

Sinds 7 juni 2022 hoort een maker die exploitatiebevoegdheid heeft verleend in beginsel ten minste jaarlijks een actuele, volledige opgave te krijgen van exploitatiewijzen, inkomsten en verschuldigde vergoeding; de wet kent begrensde uitzonderingen voor niet-significante bijdragen en onevenredige administratieve lasten. Die transparantieplicht van artikel 25ca maakt de rekensom pas mogelijk: eerst de cijfers, dan de vergelijking, dan de brief. Het artikel zet beide bepalingen naast de oudere logica van Buma/Stemra en Sena, waar uitkeringen in opzet met gemeten of gerapporteerd gebruik meebewegen, en naast de opzeggingsroutes van artikel 25e en het Golden Earring-arrest van de Hoge Raad. Een beslisschema met vijf vragen wijst de weg van vermoeden naar onderbouwde vordering, inclusief het juiste adres wanneer de catalogus inmiddels is doorverkocht.

Read More