Een band die uit elkaar gaat verdeelt eerst de versterkers en de harde schijf met de sessies. De naam blijft liggen tot er een boeking binnenkomt en twee groepen mensen menen dat zij die avond mogen spelen. Wie er dan gelijk heeft, hangt zelden af van wie de naam heeft bedacht, en bijna altijd van drie regelingen die volledig los van elkaar werken: de merkinschrijving bij het BOIP, de Handelsnaamwet en het gemeenschapsrecht van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Een merk ontstaat door inschrijving, een handelsnaam door gebruik
Artikel 2.2 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom knoopt het uitsluitend recht op een merk aan de inschrijving in het register van het BOIP, voor de waren en diensten uit het depot: voor een band meestal geluidsdragers, kleding en live-uitvoeringen. Wie niets liet inschrijven, heeft geen merkrecht, hoe lang de band ook bestaat. De handelsnaam werkt omgekeerd. Artikel 1 van de Handelsnaamwet noemt de naam waaronder een onderneming wordt gedreven, en dat recht ontstaat door de naam feitelijk te voeren; de inschrijving bij de Kamer van Koophandel is bewijs van gebruik en geen titel. De twee rechten kunnen bij verschillende mensen liggen, en daar begint bijna elk conflict na een split. Artikel 2 van de Handelsnaamwet maakt het scherper: een handelsnaam gaat alleen over samen met de onderneming die onder die naam wordt gedreven, terwijl een merkinschrijving gewoon bij één natuurlijke persoon kan staan.
Een gezamenlijk merk is een gemeenschap, met alles wat daarbij hoort
Staat het merk op naam van alle leden, dan geldt artikel 3:166 BW en zijn de aandelen gelijk, tenzij uit de rechtsverhouding iets anders volgt. Het beheer, en daarmee elke merchandiselicentie of sponsordeal, ligt op grond van artikel 3:170 BW bij de deelgenoten tezamen; overdracht kan uitsluitend gezamenlijk. Iedere deelgenoot kan op grond van artikel 3:178 BW te allen tijde verdeling vorderen, en artikel 3:185 BW laat de rechter kiezen tussen uitkoop tegen vergoeding van de overwaarde of verkoop met verdeling van de opbrengst. Ondertussen kan de oudere gebruiker via artikel 5 van de Handelsnaamwet en de kantonrechterroute van artikel 6 de houder van de inschrijving alsnog van het podium houden. Het artikel loopt die mechanismen langs en sluit af met vijf vragen die bepalen wie de naam houdt.
Read More