Te weinig royalty's ontvangen van uw label of uitgever: hoe ver u terug kunt vorderen, wanneer de verjaring van vijf jaar begint (artikel 3:308 BW) en wat een bezwaartermijn in uw contract waard is

Een gefingeerd voorbeeld: een singer-songwriter ontdekt in september 2026 dat haar label sinds 2018 de inkomsten uit één buitenlands gebied als licentie-inkomsten heeft afgerekend, tegen een lager royaltypercentage. Het label wijst op een bezwaartermijn van twee jaar in het contract en stelt dat alles van vóór 2021 is verjaard. Hoe ver kan zij terug?

Vijf jaar per afrekening (artikel 3:307 en 3:308 BW)

Een royaltyvordering verjaart vijf jaar na de dag waarop zij opeisbaar werd. Bij halfjaarlijkse afrekening verjaart iedere periode afzonderlijk, gerekend vanaf de contractuele betaaldatum. Het moment waarop de artiest de fout ontdekt, verandert daar niets aan. Houdt het label de schuld opzettelijk verborgen en zou de termijn tijdens dat verbergen of binnen zes maanden daarna aflopen, dan wordt de verjaring van royalty's verlengd tot zes maanden nadat het verbergen ophield (artikel 3:320 en 3:321 lid 1 onder f BW); een gewone administratieve fout is daarvoor niet genoeg. In de casus, met betaaldata op 30 september en 31 maart, verjaarde de royalty over het eerste halfjaar van 2021 met het verstrijken van 30 september 2026; een stuitingsbrief over de tweede helft van 2021 moet het label uiterlijk op 31 maart 2027 bereiken. Over achterstallige bedragen loopt in de regel vanaf de betaaldatum de wettelijke rente.

De verjaring stuiten met een brief (artikel 3:317 en 3:319 BW)

Een schriftelijke aanmaning of een ondubbelzinnig schriftelijk voorbehoud stuit de verjaring, waarna een nieuwe termijn van vijf jaar begint. De brief moet het label bereiken, dus verstuur hem aangetekend en per e-mail, en noem de periodes, de inkomstenpost en een geschat bedrag. Bij een verkochte catalogus gaat de brief ook naar de nieuwe eigenaar.

De bezwaartermijn naast artikel 25ca, 25f en 25h Auteurswet

Een contractuele bezwaartermijn in de royaltyafrekening regelt wanneer een afrekening vaststaat. Voor songwriters, en via artikel 2b Wet op de naburige rechten ook voor artiesten, geldt daarnaast het dwingende auteurscontractenrecht: voor exploitatie vanaf 7 juni 2022 jaarlijkse, actuele, relevante en volledige informatie over exploitatie en inkomsten (artikel 25ca), geen afstand van die rechten (artikel 25h) en vernietigbaarheid van onredelijk bezwarende bedingen (artikel 25f lid 2). Een termijn die afloopt over afrekeningen waarin de fout niet zichtbaar was, is daarom kwetsbaar. Het artikel bevat vijf concrete stappen voor wie een fout in een oude afrekening vindt.

Read More

Een hit maakt het oude contract weer onderhandelbaar

Een instrumental die in 2019 voor duizend euro werd weggetekend, draagt in 2026 de openingsscène van een streamingserie en haalt in vier maanden meer streams dan de rest van de catalogus bij elkaar. De maker die zijn oude contract terugleest, ziet een vast bedrag en een volledige overdracht, en concludeert vaak dat het verhaal daar ophoudt. De Auteurswet trekt sinds 2015 een andere conclusie: artikel 25d, de bestsellerbepaling, geeft makers en via de Wet op de naburige rechten ook uitvoerende kunstenaars een vorderingsrecht op een aanvullende billijke vergoeding wanneer de afgesproken vergoeding onevenredig blijkt naast de werkelijke opbrengst van de exploitatie.

Van ernstige onevenredigheid naar onevenredigheid

Bij de implementatie van de DSM-richtlijn in 2021 is de drempel verlaagd: de eis van een "ernstige" onevenredigheid verdween uit de wettekst. Een buy-out die bij het tekenen redelijk was, kan door een synclicentie en een virale zomer alsnog scheef komen te staan. Dat de scheefgroei pas later ontstaat, sluit een beroep niet uit; bij catalogusoverdracht bepaalt het ontstaansmoment wel wie kan worden aangesproken. De ketenbepaling van het tweede lid laat de vordering bovendien meereizen met de rechten: wie zijn oude label de catalogus aan een fonds zag verkopen, kan de derde-verkrijger aanspreken voor zover de opbrengst daar terechtkomt en de scheefgroei ná die overdracht is ontstaan.

De jaaropgave als bewijsmotor

Sinds 7 juni 2022 hoort een maker die exploitatiebevoegdheid heeft verleend in beginsel ten minste jaarlijks een actuele, volledige opgave te krijgen van exploitatiewijzen, inkomsten en verschuldigde vergoeding; de wet kent begrensde uitzonderingen voor niet-significante bijdragen en onevenredige administratieve lasten. Die transparantieplicht van artikel 25ca maakt de rekensom pas mogelijk: eerst de cijfers, dan de vergelijking, dan de brief. Het artikel zet beide bepalingen naast de oudere logica van Buma/Stemra en Sena, waar uitkeringen in opzet met gemeten of gerapporteerd gebruik meebewegen, en naast de opzeggingsroutes van artikel 25e en het Golden Earring-arrest van de Hoge Raad. Een beslisschema met vijf vragen wijst de weg van vermoeden naar onderbouwde vordering, inclusief het juiste adres wanneer de catalogus inmiddels is doorverkocht.

Read More

Achter elke artiestenroyalty hoort een controleerbare trackregel

Een totaalbedrag vertelt te weinig

Een artiest krijgt een royaltyafrekening met een percentage, een nettobedrag en de mededeling dat oude kosten nog niet zijn terugverdiend. De single heeft ondertussen inkomsten opgeleverd via verschillende versies, platforms, markten en valuta. Zonder regels per opname en exploitatievorm valt niet te controleren welke inkomsten zijn geboekt, welke aftrekposten zijn gebruikt en waarom de uitbetaling laag of nihil blijft.

Daarom begint een bruikbare royalty-afrekening per track. De regel koppelt een opname of versie aan een exploitatiecategorie, territorium, periode, inkomstenbasis en percentage. Dat onderscheid is belangrijk bij een originele master, radio edit, remix, liveversie of deluxe-uitgave. Dezelfde songtitel kan aan meerdere ISRC's, contracten en rechthebbenden hangen. Een verzamelregel als "digital income" wist die verschillen uit.

Recoupment moet als rekening bewegen

Voorschotten, videoclipbudgetten of afgesproken promotiekosten kunnen terugverdienbaar zijn. Royalty's verminderen dan eerst het openstaande saldo. De artiest ontvangt mogelijk niets, terwijl de master wel degelijk inkomsten heeft gegenereerd. Een goede afrekening toont daarom het beginsaldo, nieuwe terugverdienbare kosten, de verdiende royalty en het eindsaldo afzonderlijk.

Ook "netto-inkomsten" vraagt om uitsplitsing. Distributiecommissie, belasting, koersverschillen en andere inhoudingen horen alleen mee te tellen voor zover de overeenkomst daar ruimte voor geeft. Correcties en reserves krijgen een herkomst en een vrijgavemoment. Anders verandert een tijdelijk ingehouden bedrag ongemerkt in een permanente aftrek.

De wet geeft een vertrekpunt, het contract geeft detail

Artikel 25ca Auteurswet verlangt voor makers die exploitatierechten hebben verleend in beginsel ten minste jaarlijks actuele, relevante en volledige informatie over exploitatie, inkomsten en verschuldigde vergoeding. Via artikel 2b Wet op de naburige rechten werkt het betreffende hoofdstuk ook door naar uitvoerende kunstenaars. De precieze aanspraak hangt af van rol en omstandigheden; de wet levert geen standaardspreadsheet.

Contracten kunnen het controlespoor concreet maken met zes velden: opname en identifier, exploitatievorm, markt en periode, brutobasis, berekening en recoupmentsaldo. Een correctieprocedure en auditbeding vormen de achtervang. Zo blijft recoupment in het platencontract een controleerbare rekening in plaats van een onverklaarde nul onderaan de pdf.

MusicaJuridica beoordeelt royaltybasis, rapportage, reserves en terugverdienbare kosten binnen platen-, artiesten- en licentiecontracten. De Contract-Self-Scan kan brede termen zoals "net receipts", "cross-collateralization" en "accounting statements" aanwijzen voordat zulke woorden jarenlang de afrekening bepalen.

Read More